Gelukkig zijn

Door Eva van Wijk-Bános

De grenzen van mijn taal
zijn de grenzen van mijn wereld.
L. Wittgenstein.

Argwanend pak ik het foldertje
‘Kijk eens wat ik heb?
Is dit niet iets voor jou?’
Hij komt uit Bern.
Weer een uitnodiging voor een lezing?
Een cursus, een vernissage?
Ik heb genoeg te doen.

Hij drukt het me in de hand.
‘Je hoeft niet hoor.’
Maar hij kent me.
Mijn interesse is gewekt
Ik overvlieg het papiertje.
‘Wat.., schrijven?
Oh, niks voor mij.
Heb je gezien het kost 25 Euro’.
‘Nou da’s toch niet veel?
En een goed doel’.

Vijfentwintig Euro is zeker niet veel.
Nadenken over gelukkig zijn zou meer moeten kosten.
Notabene gelukkig zijn in alle Europese talen.
Maar welke taal?
De taal van dit land?
De taal van mijn moeder, van m’n vader?
Van mijn geboorteland?
Begin bij het begin.
Maar bij welk begin en van wie?

Liedjes, sprookjes, verhaaltjes.
Twee hoofden boven een kinderbedje.
Twee talen in een kinderkamer.
Liedjes voor een langverwacht kind.
De tijd is niet gelukkig en de plek ook niet.
Bestaan er gelukkige plaatsen tijden om geboren te worden?
Een allesvernietigende oorlog overspoelt Europa.
Mensen moeten alles verlaten.
Familie, vaderland, het thuisgevoel en de taal.

Was ik gelukkig?
Bewust niet, maar, de baby is muisstil
en maakt tevreden geluidjes.
Ze protesteert als de liedjes verstommen.

Op papa’s schoot zit ik.
Ik luister gefascineerd en droom weg.
Het platteland van de puszta,
de lange hete zomers met ganzen en stof.
‘k zie die Donau, jongens in het water
hun spel en kattekwaad.
In welke taal die verhalen zijn, weet ik niet
Op de foto’s oog ik tevreden en gelukkig.

Aan mama’s hand loop ik.
Andere jeugdherinneringen nu.
De vele zussen en die ene broer.
Het karige leven in dat alpendorp.
Het blauwe meer en die bergen.
Verhalen over plagerijen, afgunst en jaloezie.
Over blote voeten tijdens lange zomers.
Twee zussen en één papieren wintermantel tijdens een oorlog.
Vechtpartijen tegen de dorpsjeugd.
Komkommers en melkemmers als wapens.
Het sprookje van die keizer en zijn geliefde.
De weelderige villa aan het meer.
De prachtige feesten, kapsels, robes en juwelen.
Het dienstmeisje uit het dorp heeft het zelf gezien.
Ik ben betoverd en gefascineerd.
Steeds weer wil ik die verhalen horen.
Ik ben gelukkig.

Meer, meer en steeds meer.
Ik ken de verhalen van mijn ouders
en corrigeer als er weggelaten wordt.
Verhalen, beschrijvingen, sprookjes, herinneringen.

Ik ben nog klein.
Ik zie, hoor, huil, schreeuw, voel, ruik, sta, loop en dan

I k l e e s

Mijn eerste zelfgelezen zin:

H e u r h a a r w a s v a n g o u d

Zomaar een heleboel verhalen erbij.
Wat een gelukzaligheid!
Boeken over beren, avonturen van een mol.
Muizenverhalen.
Sprookjes over kabouters, elfjes en feeën, heksen, trollen,
tovenaars, slimme boerenmaagden en domme knechten.
Gelukkig zijn en rust voor mama en papa
Ik spel en rijg de woorden aan elkaar.
Ik lees alles wat los en vast zit.
Het lijkt wel of ik onder dwang sta.
Ik m o e t gewoon alles lezen.
Straatnamen, affiches en reclames.
Niets is veilig.
Ik lees en lees
’s Avonds ben ik doodmoe.
Met Sinterklaas krijg ik een boekenplankje.

En dan ga ik naar school.
Ik kan al lezen.
De juf vindt het niet leuk.
Er is een schoolbibliotheek.
Elke week sta ik voor de deur.
Twee boeken mag ik nemen.
Nieuwe verhalen, uitvindingen, ontdekkingsreizen en vreemde landen.
Verhalen over dieren, over exotische volkeren, over woestijnen en oerwouden.
Florence Nightingale en Albert Schweitzer, overwintering op Nova Zembla en
Stanley begroet Livingstone in Afrika.

Eindelijk mag ik naar de stadsbibliotheek.
Op weg naar huis lees het boek uit.
Boeken in bed, achter het huis, op de bank, in de stoel, op de stoep.
Boeken en boeken.
Boeken moeten achter slot en grendel.
Ik vertel verhalen
Ik maak ze mooier, spannend en tragisch.
Verhalen bedenken.
Ik ben populair vanwege mijn verhalen.

Stiekem lezen op school
Thuis met zaklantaarn onder de dekens
Een handdoek over het raam van de slaapkamerdeur.
Verhalen uit Frankrijk, Engeland, Duitsland, Rusland en Italië.
Boeken over landhuizen, hutjes en krotten.
Boeken over liefde en avontuur.
Oorlogsverhalen uit Rusland en Indianengeweld uit het Wilde Westen.
Spannend, intrigerend, beschrijvend, goed of slecht, nog maakt het niet uit.
Ik lees alles.
Ik ben gelukkig met mijn leesvoer.

Ik ga naar een internaat
Ik ken niemand
Echt alleen ben ik niet.
Mijn fascinatie voor boeken is me vooruitgegaan
Ik mag uit de boekenkast van de directrice putten.
Boeken fascineren, betoveren en inspireren.
Zelden verveel ik me.

Ik trouw snel, te snel?
Samenwonen bestond niet, men trouwde.
Ik ben jong. Te jong misschien?
Boeken lezen als troost in een huwelijk.
Studeren, onderzoeken, naslaan en opschrijven.
Een echte opleiding ben ik misgelopen
Ik ben nieuwsgierig naar weten.
Geluk ondanks alles? Ja zeker.
Ik probeer me dit geluk te herinneren,
Maar weet niet meer hoe het was.

Het einde van een huwelijk.
Ik moet balans opmaken.
Hoe verder?
Al die verhalen van vroeger.
Verhalen als therapie.
Beginnen bij het begin,
Wat is het begin, wie is het begin, waar is het begin.
De verhalen van die gedeelde papieren jas.
De ene dag mama, de andere dag haar zus
Papa en die familie die niet meer bestaat.
Een oude moeder en dochters in Auschwitz.
Kan ik dat opschrijven?
Therapie.
Het is goed om te schrijven.
Een nieuwe vorm van gelukkig zijn.

Kinderen willen aandacht.
Willen voorgelezen worden, willen verhaaltjes.
Nu zing ik liedjes,
vertel sprookjes onderweg naar de kleuterschool.
Eekhoorntjes met fietsjes, haasjes die boodschappen doen.
Vogels die verdwalen en de weg zoeken.
Dit is gelukkig zijn.
Gelukkig zijn is ook meer lezen, leren, studeren.

Zo jong ben ik niet meer.
Nu zijn het de Engelse verhalen.
De koning met zijn ridders van de ronde tafel.
De pelgrims op weg naar Canterbury.
Een prins die een geest ontmoet.
Een koningin met bloed aan haar handen.
Een koning die verdwaasd ronddoolt
Geluk tussen blocnotes, notities en boeken.
Ik haal mijn bul en
de kleinkinderen lachen om het platte hoedje.
Bewonderen de foto’s met de Engelse prinses.

Ondertussen is mijn taal, de thuistaal,
stroef en minder elastisch geworden.
Een taal waar ik nu moeite mee heb,
een taal die niet meer zuiver is.
Niet mama’s noch papa’s taal, maar
de taal van mijn geboorteland.
Mijn taal.
Veertig jaar buitenland laten sporen na.
De werelden zijn niet meer nieuw,
maar filosofie, kunst en cultuurgeschiedenis boeien.
Het lezen inspireert en brengt nieuwe vaardigheden.
Seneca’s ‘Vita sine litteris mors est’
wordt mijn lijfspreuk.

Geluk delen maakt geluk niet minder.
Delen van geluk brengt dubbel geluk.
Enthousiasme is aanstekelijk.
Mijn passie zet ik om en hobby wordt beroep.
Verhalen lezen en verhalen verder geven.

Ik had, ik was, ik moest, ik wilde, ik mag, ik kon
Wat een gelukzaligheid.
Ik ontdek dat ik het kan,
Ik word beter.
Men luistert en blijft luisteren.
Mensen worden enthousiast.
Ze zijn geboeid en blijven zitten,
Zelfs na de bel.

Ik leef, slaap, droom en ben wakker en denk
Gelukkig zijn voor mij is:
Delen, mensen boeien, betoveren en fascineren door en met lezen.

Bookmark and Share

Eva van Wijk-Bános was tolk/vertaalster voor diverse rechtbanken in Bern, Thun en Berner Oberland en is lerares Engels aan de Volkhochschule in Thun. Ze is BA Englisch Literature en BA Algemene Cultuurwetenschappen. Ze is bezig met de Masteropleiding Algemene Cultuurwetenschappen.
Bij een Europese prijsvraag van de stad Montecatini (Italie) heeft ze de prijs voor ‘short story’ ontvangen.

  

Er is 1 reactie
marijke
February 28, 2009 - 13:20
Onderwerp:

alles wat gezegd kan worden kan mooi gezegd worden
(vrij naar ludwig wittgenstein)

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack