Een psalterium van een twaalfde-eeuwse vrouw

Door Jill Bradley

Het daverend succes van de tentoonstelling over de Gebroeders Limburg in Nijmegen, zomer 2005, laat zien dat het middeleeuwse handschrift een boeiend onderwerp is, ook voor een breder publiek. De handschriften in de Nijmeegse tentoonstelling en in andere tentoonstellingen zoals die in de Bibliothèque Nationale de France deze zomer, waren topstukken. Maar in bibliotheken over de hele wereld liggen duizenden handschriften die min of meer onbekend zijn, ook bij mediëvisten. In boeken over kunstgeschiedenis, en ook meer gespecialiseerde boeken over verluchtingen, komen meestal dezelfde miniaturen en handschriften voor – de bijzonderste, de mooiste, de beroemdste.

Handschriften in het algemeen liggen buiten de directe kennis van het kunstminnende publiek, maar voor degenen die met ze werken kunnen ze de middeleeuwse mens heel dichtbij brengen. Je leest echt wat ze toen hebben gelezen, je ziet welke bladzijden het meest werden gebruikt, je kan raden welke miniaturen ze het mooist hebben gevonden – soms naaide ze kleine ‘gordijnen’ ervoor om ze te beschermen. Je ziet waar een kruis onder een miniatuur zit, zodat de eigenaar het kan kussen, zonder de miniatuur zelf te beschadigen. Je ziet ook hoe veelal latere eigenaars, misschien meer preutse, hebben geprobeerd zulke dingen als genitaliën weg te werken. Vaak kan je in de marges ook commentaar en tekeningen vinden. In het Stuttgarter PsalteriumStuttgart, LandesBibliothek, Ms. Hist.Bibl. Fol. 23. bijvoorbeeld is een tekening van een komeet in de marge gemaakt, en dus weten we wat voor een indruk op een beschouwer werd gemaakt. Om dit ‘contact’ met de middeleeuwse eigenaars te voelen zijn topstukken niet nodig. Vaak kan de onderzoeker geraakt worden door een ‘minder’ werk. Een van deze ‘mindere’ werken dat mij heeft geraakt bevindt zich in Amiens, Bibliothèque Municipale Ms 19.

Een psalterium voor een vrouw
Uit een periode waarin veel handschriften rijkelijk werden verlucht en van een geraffineerd en complex iconografische programma werden voorzien en voor grote abdijen en geleerde theologen gemaakt, laat Amiens Ms 19 zien wat voor boek door een vrouw van de lagere adel of hogere middenklasse werd gebruikt. Het is een psalterium. Terwijl in de latere middeleeuwen getijdenboeken de meest geliefde boeken waren onder leken, was in de vroege en hoge middeleeuwen het psalterium het meest voorkomende boek onder zowel geestelijken als leken. Veel mensen kenden de psalmen uit hun hoofd en ze werden zeer geschikt voor leken geacht. Vooral vrouwen maakten er veel gebruik van, niet alleen om ze te lezen en daarover te mediteren, maar psalteria waren vaak het eerste leesboek voor kinderen en menig kind werd lezen geleerd aan de hand van zijn of haar moeders psalterium.

Hoewel dit psalterium uit Amiens op een later tijdstip werd aangepast voor het gebruik van de monniken van de Benedictijner abdij van de Heilige Fuscien, dichtbij Amiens, werden de oorspronkelijke gebeden in de vrouwelijke vorm geschreven. We weten ook voor wie het werk werd gemaakt, ene Alairdis.Cahn, Romanesque Manuscripts: the Twelfth Century: Volume Two: Catalogue. blz.30. Op afbeelding f.8v is een obits te zien van mensen die familieleden moeten zijn, allemaal woonachtig in dorpen in Picardië en Pas de Calais. Dus het is hoogstwaarschijnlijk dat Alairdis een leek was en in een gebied in het noorden van Frankrijk, de Cambrésis, woonachtig was. Het is mogelijk dat ze van Engeland afkomstig is of haar familie daar nauwe contacten had, want in het psalterium is een van de vroegste miniaturen van de moord op de Engelse aartsbisschop, Thomas Becket, opgenomen.

Moord op Becket

Dit werd waarschijnlijk net na zijn heiligverklaring gemaakt, een feit dat ook in het psalterium werd genoteerd. Maar het kan ook zo zijn dat Alairdis, of de persoon die het psalterium bestelde (als zij het niet zelf was), veel belangstelling had voor het lot van Becket, die voor een tijd in ballingschap in Pontigny, niet ver van de Cambrésis, heeft gewoond.

Het handschrift zelf is niet van de hoogste kwaliteit. Het perkament is dik, donker en verkleurd; de figuren zijn wat grof getekend. Tussen de huidige ff 8 en 9 zijn twee folio’s uitgesneden en het is mogelijk dat de icongrafische cyclus niet werd voltooid. De miniaturen beginnen op de recto’s maar op f.9 gaan ze over naar de verso’s. De andere kant van de folio’s met een miniatuur zijn blanco, behalve ff 10 en 11r. Deze laten sporen van een omlijsting zien van hetzelfde formaat als de miniaturen en de zeer groffe schetsen van Christus en een heilige. Op f.12r zijn er gaatjes die niet bestemd lijken als lijnen voor handschrift en die zeer ondeskundig zijn gemaakt. Toch kunnen we niet zeggen dat dit een goedkoop werk was. Handschriften waren duur, en verluchte handschriften nog duurder. Het psalterium van Alairdis bevat zes miniaturen die elk een hele bladzijde vullen. Bovendien zijn er vijf gehistoriseerde initialen en veel decoratiewerk en vergulding. Het was dus geen armoedig werk.

Het thema van de miniaturen in het psalterium is vrij eenvoudig: een soort korte Heilsgeschichte. Alleen de miniatuur van Becket past niet hierin. De cyclus begint met de Schepping van Eva en de Zondeval op f.7r. Dit wordt gevolgd door de Becket miniatuur, de Wederopstanding van Christus en zijn Bevrijding van de Ouders uit de hel, Ongelovige Thomas, de Ten Hemel Opneming en het Laatste Oordeel. De Aankondigingen aan Maria, de Geboorte van Jezus, de Aankondigingen aan de Herders en de Opdracht van het Kind in de Tempel zijn allemaal in de gehistoriseerde initialen weergegeven. Dit is geen ingewikkeld en geleerd icongrafisch programma, zoals te vinden is in veel werken uit de zelfde periode. Deze miniaturen vragen geen kennis van moeilijk exegese, de geschriften van de kerkvaders, of weinig bekende werken. De enige scènes die niet uit de Bijbel afkomstig zijn, zijn die van Becket en Christus’ overwinning van de hel. Dit laatste komt uit het Evangelie van Nicodemus en was in de middeleeuwen algemeen bekend. Dus we hebben een verhaal van de mens en zijn verlossing – de Schepping, de eerste zonde, de Vleeswording, de overwinning op hel en de dood, en het lot van het individu op de Laatste Dag. Misschien komt het vreemd over dat de Kruisiging niet is afgebeeld, maar in de middeleeuwen, zeker in de twaalfde eeuw, lag vaak de nadruk meer op de Vleeswording van Christus dan op Zijn dood aan het Kruis. In de twaalfde eeuw begon men een meer menselijke Christus te zien, en voor velen was het mens-zijn van Christus erg belangrijk.

De miniaturen zelf zijn zeker niet de mooiste, met wat houterige figuren. Vreemd genoeg zijn de figuren in de initialen meer geraffineerd dan die op de volledige bladzijde. Het kan zijn dat er twee verluchters waren, maar de overeenkomsten zijn groot en ik ben van mening dat de betere kwaliteit van de latere miniaturen, waaronder de initialen, gewoon het gevolg zijn van meer zekerheid en oefening. De miniaturen zijn redelijk symmetrisch, met een scala aan kleuren, rijk blauw, groen en rood, maar ook zachter blauw en roze. De figuren zijn tegen eenvoudige achtergronden getekend, zonder enige poging om ze in context te zetten. Dit geeft aan de scènes een universeel karakter; ze zijn buiten tijd en plaats geplaatst. Zorgvuldige analyse van deze achtergronden laat zien dat, in het algemeen, ze het goddelijke, het helse, het paradijselijke en het aardse symboliseren. Het gebruik van deze verschillende achtergronden begint al met de eerste miniatuur, dat van de Zondeval, en het is de moeite waard om deze nader te bekijken, want het brengt ons misschien het dichtst bij Alairdis.

De Zondeval miniatuur
Deze miniatuur is in tweeën gedeeld, elk met twee achtergronden. Het bovenste deel laat de Schepping van Eva zien. Hier heeft God een fel blauwe achtergrond: die van de mensen is paars-roze. God neemt de pols van Eva als ze uit de zij van Adam komt. In dit miniatuur zijn veel van de in rode inkt getekende lijnen overgetekend in zwart, sommigen sterker dan anderen. God en Adam lijken sterk op elkaar, maar Eva heeft een heel ander gezicht. We kunnen ook zien dat haar gezicht is veranderd en nu is haar gezicht meer symmetrisch en mooi: deze lijnen zijn misschien de sterkste van de nieuwe lijnen.

Onder zien we de Zondeval. Hier staat Eva centraal, op de grens tussen twee achtergronden. De Boom der Kennis staat links en de kroon ervan reikt tot in de bovenste scène; de vruchten zijn fel rood. De slang in de Boom houdt een vrucht in zijn mond, maar die is echter vaal roze, net als de vrucht die Adam eet. Hier is het symbolisme van de achtergronden van belang. Als we aannemen dat het blauw het hemelse vertegenwoordigt, en het paars een aards paradijs, wat betekent het dan dat Eva op de grens tussen de blauwe hemelse achtergrond en een fel rode staat? Rood werd vaak, maar niet altijd, met de hel geassocieerd. De plaatsing van een figuur net op de grens van wat gezien kan worden als hemel en hel is opmerkelijk. Dit kan geïnterpreteerd worden als de mens op het punt waar hij - of zij - kiest tussen goed en kwaad. En het is Eva die daar staat. Wat vond Alairdis daarvan? Heeft zij het gezicht van Eva mooier gemaakt?

Zondeval

Zoals werd gezegd zijn een aantal rode lijnen in zwart overgetekend, en het kan zijn dat de rode lijnen ondertekeningen zijn, maar er zijn ook opschriften te vinden; tituli. Naar mijn mening zijn tenminste een aantal van de zwarte lijnen en de tituli van dezelfde hand. Cahn, die als enige iets over het handschrift heeft geschreven, heeft deze opschriften als instructies voor de verluchter beschreven. Het is mogelijk dat de woorden Adam en Eva – dat laatste is als heva geschreven –instructies zijn, maar ik acht dit zeer onwaarschijnlijk; er kan geen twijfel zijn welke figuur Adam en welke Eva is. Bovendien is er geen twijfel dat jesus cristus na het schilderen van de miniatuur werd geschreven. Het is interessant te zien dat wie dat geschreven heeft, moeilijkheden had met het woord christus. Een eerste poging beginnend chr is weggestreept, en daarna is cristus gespeld.Hier is het script gedraaid om het makkelijker leesbaar te maken.

Handschrift

Ook opmerkelijk is de titulus bij de slang: daar staat angelus geschreven. Dit refereert aan het apocriefe verhaal van de Val van Lucifer, de engel die de opstand tegen God had geleid, die met zijn volgelingen naar de hel werd verbannen om als Satan, de vijand van God en de mens te worden. Honderdvijftig jaar eerder was dit een zeer belangrijk topos in het Anglo-Saksische Engeland: het verhaal komt in veel vormen voor daar, van het opmerkelijke gedicht, nu bekend als Genesis BDit is een vertaling van een negende-eeuws Oudsaksisch gedicht waarvan nog maar een klein fragment bestaat in het Vaticaan, Palatinus Latinus Ms. 1447. tot de inleiding van aktes en donaties.Bijvoorbeeld London, British Library, Cotton Vespasian A.viii, ff.2v-33v. Hoewel de duivel in het Bijbelse verhaal van de Zondeval niet is genoemd, betwijfelt niemand in de middeleeuwen dat op een of andere manier, hij daarvoor verantwoordelijk was. Toch is het ongewoon dat de slang in een miniatuur van de Zondeval zo hecht werd geïdentificeerd met de gevallen engel. In de miniaturen van het handschrift waarin we het gedicht Genesis BOxford, Bodleian Library, Ms Junius 11. vinden, is de verleider van Eva niet als een slang weergegeven, maar als een engel, en ook in het vijftiende-eeuwse Paris, Bibliothèque Nationale, Ms. Fr 1837, f.6 dat het apocriefe verhaal van Eva’s tweede verleiding illustreert, is Satan/Lucifer als een engel afgebeeld. Ook in het Psalterium AlbaniHildesheim, St. Godehard Schatkamer, Ms.1. komt de slang uit de mond van een duivel, maar ik ken geen ander handschrift waarin iemand, vermoedelijk een lezer, dit verband zo duidelijk heeft gemaakt. Was de schrijfster Alairdis? Heeft ze, denkend aan het verhaal van de Zondeval en de betekenis ervan, de namen van de spelers in haar psalterium geschreven? Misschien heeft ze het verhaal aan haar kinderen verteld toen zij ze leerde lezen en heeft daarom de namen opgeschreven. Zulke vermoedens blijven zuiver speculatie, maar alleen al daarover denken brengt een twaalfde-eeuwse vrouw iets dichterbij ons en we kunnen iets meer van haar wereld ervaren.

Bibliothèques d’Amiens Métropole

Bookmark and Share

Jill Bradley Phd (cum laude) Cultuurwetenshappen, MA (cum laude) Cultuurwetenschappen en BA (honours) History (University of London). Sinds 2002 is ze medewerker aan het Centrum voor Promotieonderzoek, Radboud Universiteit Nijmegen, waar ze voorjaar 2008 is gepromoveerd op haar proefschrift: “You shall surely not die”: the concepts of sin and death as expressed in the manuscript art of north-western Europe c.800-1200.

  

Er zijn nog geen reacties

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack