Vrouwenbouwproject Schellerbroek in Zwolle

Door Monique Blokpoel-Overbeek

Aan het eind van de jaren zestig komt er een bewustzijn tot stand dat de vrouwenemancipatie een nieuwe impuls geeft. Hoewel het recht op volledige deelname van vrouwen aan onderwijs, arbeid en politiek al in de eerste feministische golf is veroverd betekende dit namelijk nog niet dat vrouwen dezelfde kansen kregen als mannen. Zo kwam het tot een tweede feministische golf.

Eén van de aspecten die binnen feministische kringen als een verklarende factor werd genoemd voor de onvrede bij vrouwen is dat de nieuwbouwwijken (slaapwijken), die na de tweede wereldoorlog gebouwd zijn, veel vrouwen in een geïsoleerde situatie hebben gebracht.

Maatschappelijke ontwikkelingen in de jaren zestig op sociaal-cultureel en demografisch gebied stelden andere eisen aan de inrichting van de gebouwde omgeving. Zo leidde individualisering vooral bij vrouwen tot behoefte aan eigen leefruimte. Verder was er op demografisch gebied een toename van het aantal één- en tweepersoonshuishoudens en een opkomst van nieuwe types huishoudens als gevolg van een groeiend aantal echtscheidingen, dalend geboortecijfer, jongeren die eerder zelfstandig gingen wonen en een toename van éénoudergezinnen. Daarnaast veranderde het nodige in het arbeidsproces en was er een toename van vrije tijd. Al deze factoren samen maakten een andere aanpak van de inrichting van de gebouwde omgeving wenselijk, bijvoorbeeld:

  • meer huishoudens hebben behoefte aan een woonmilieu dat de combinatie werk met huishoudelijke en verzorgende taken vergemakkelijkt.
  • de woning en woonomgeving moeten ruimte bieden aan activiteiten die verband houden met werk en hobby’s.
  • de groei van het aantal deeltijdbanen en de grotere differentiatie in werktijden maakt de noodzaak van goede en sociaal veilige routes naar het werk gewenst.
  • binnen de wijk moeten uiteenlopende vormen van vrijetijdsbesteding voor alle leeftijds- en inkomensgroepen mogelijk zijn.

Voor het ontwikkelingen van deze nieuwe visie op het woonmilieu waren vanzelfsprekend de inzichten van vrouwen van groot belang.Ir. J. ter Horst, Schellerbroek: een programma van eisen dat bouwt op de toekomst. (1989).

In Zwolle heeft men geprobeerd een project te realiseren waar met een vrouwvriendelijke visie is rekening gehouden. Daar is op initiatief van de wethouder Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van de gemeente Zwolle met steun van de stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting een experiment gestart waarin de ervaring en visie van vrouwen werden benut voor de planontwikkeling van een woongebied met 232 woningen in Zwolle-Zuid; deelplan Schellerbroek 01. Hiervoor is zelfs het bestemmingsplan aangepast.Raadsbesluit van 23 maart 1987. Thema’s die als uitgangspunten hebben gediend bij het project waren de verwevenheid van functies, de mobiliteit, de verkeersveiligheid de sociale veiligheid en de identiteit van de wijk.Archief gemeente Zwolle, nr.1.731.21 Vastgesteld bestemmingsplan Zwolle-Zuid Schellerbroek deelplan 01.

De planontwikkeling van het deelplan Schellerbroek bestond uit meerdere fasen. Allereerst werd er een programma van eisen opgesteld. Daarna volgde het ontwerp en de uitvoering van de stedenbouwkundige opzet door vrouwelijke architecten met een emancipatoire visie op bouwen en wonen. Vervolgens werd het gerealiseerde plan aan de uitgangspunten van het programma van eisen getoetst en uiteindelijk kwam er een evaluatieonderzoek naar het functioneren van de wijk aan de hand van het bewoners- en gebruikersoordeel.Ir. J.ter Horst, Schellerbroek: een programma van eisen dat bouwt op de toekomst (1989).

In 1988 ging het experiment van start met de opstelling van het programma van eisen. Dit hield in; een afwisseling in de woonomgeving zonder dat dit ten koste gaat van een eigen identiteit van de wijk; een afwisseling in woningtypen; flexibiliteit; keuzemogelijkheden t.a.v. wijk en woning voor toekomstige bewoners door bepaalde ruimten geen definitieve bestemmingen te geven; mobiliteit door goede en veilige verbindingen naar voorzieningen en een verweving van functies als wonen, werken, winkelen en vrijetijdsbesteding binnen de wijk.

In 1990 ging de eerste paal de grond in. Het deelproject Schellerbroek 01 was als een bouwproject dat qua ideologie paste in de tijd waarin het tot stand kwam. Toch werd al snel duidelijk dat in de uitwerking van het project niet aan alle punten van het programma van eisen voldaan kon worden. A. Benko (1992) noemde in haar verslag ‘Vrouwen ontwerpen Schellerbroek’ verschillende oorzaken. Ten eerste was dat ruimtegebrek; Schellerbroek was eigenlijk een te klein plangebied om aan alle eisen uit het programma te kunnen voldoen. Ten tweede was dat de starre regelgeving; routinematig bouwen van nieuwbouwwijken bleek gemakkelijk te doorbreken. De financiering van woningbouw kent strakke grenzen. Dit maakte een flexibele benadering van het wonen moeilijk of erg duur. Ten derde liep men aan tegen de stroeve communicatie met de (mannelijke) technici. Ten vierde verliep de communicatie binnen het projectteam ook moeizaam doordat de meningen over de invulling van ‘vrouwvriendelijk bouwen’ nogal uiteenliepen.A. Benko, Vrouwen ontwerpen Schellerbroek (1992).

Aan het eind van 1990 werden de eerste huizen opgeleverd. Een aantal jaren later (oktober 1993) verrichtte een onderzoek- en adviesbureau in opdracht van de gemeente Zwolle een evaluatieonderzoek onder de bewoners van het deelplan Schellerbroek 01. Op basis van de onderzoeksresultaten wilde men nagaan in hoeverre de oorspronkelijke doelstelling bereikt was. Zo werd er onder andere gekeken naar de gedifferentieerdheid van het bewoningspatroon, het gebruik van flexibele indelingsmogelijkheden, de sociale veiligheid, de contacten tussen de bewoners en de beoordeling van woning en woonomgeving. Hoewel er veel verschillende woningtypen zijn (van huur- en koopwoningen voor éénpersoonshuishoudens tot woningen voor gezinnen met kinderen), bleek het bewoningspatroon voornamelijk gedifferentieerd op het gebied van inkomens. De leeftijden van de bewoners liepen niet ver uiteen (tussen 25 en 45 jaar). Belangrijkste redenen hiervoor waren puntentellingen en wachtlijsten zoals die door de woningbouwverenigingen gehanteerd werden. Ook het gebruik van de flexibele indelingsmogelijkheden viel tegen en het doorkoppelen van woningen was slechts één keer toegepast. De mogelijkheid van het gezamenlijk huren van ruimten op bouwblokniveau werk eveneens niet benut. De bewoners hechtten meer aan hun privacy dan was verwacht. Over de sociale veiligheid van de buurt waren de bewoners wel tevreden maar dat gold niet voor de veiligheid van de routes naar de stad en het station. Sociale contacten in de buurt werden door de bewoners heel belangrijk gevonden maar wat hun betrof hoefde dat niet op wijkniveau georganiseerd te worden. Veelbetekend in dit verband was dat de bewonersvereniging intussen alweer was opgeheven.

Over het geheel genomen waren de bewoners wel degelijk positief over de woning en de wijk (rapportcijfer 7,4) maar eigenlijk zag men geen verschil met een ‘gewoon’ woonproject. Naar aanleiding van de uitkomsten van het evaluatieonderzoek concludeerde de projectmedewerkers dat de specifieke uitgangspunten van het project wel aanspraken maar niet doorslaggevend waren. Voor vernieuwingen als gezamenlijk huren en doorkoppelen van woningen waren de bewoners toch teveel gesteld op hun privacy. De vraag naar flexibiliteit mocht gerust enigszins overschat genoemd worden. Voor het overige sprak men van een geslaagd project.Archief gemeente Zwolle, Ontwikkeling bouwplannen Schellerbroek 1989-1993, nr.1.733.41, evaluatieonderzoek Schellerbroek 01 december 1993.

Veel lering heeft men wel kunnen trekken uit de ervaringen van het opzetten van een woonproject zoals Schellerbroek. Zo kan er voor het ontwikkelen van een gezamenlijke visie beter genoeg tijd uitgetrokken worden. Verder is voldoende draagvlak binnen de gemeentelijke organisatie noodzakelijk, vooral ook onder mannen. Daarnaast moeten betrokken organisaties bereid zijn hun ingesleten kijk op het planproces op te geven en is het noodzakelijk dat er binnen de huidige regelgeving en financiën meer mogelijkheden komen om te onderhandelen over alternatieven. A. Benko,Vrouwen ontwerpen Schellerbroek (1992).

Bookmark and Share

Moniek Blokpoel-Overbeek is sinds 2005 MA Algemene Cultuurwetenschappen. Ze rondde haar studie af met een historisch onderzoek naar het Zwols Feminisme in de jaren zeventig en tachtig.

  

Er zijn nog geen reacties

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack