Beroemde gasten in Thun in Zwitserland
Door Eva van Wijk-Bános
ThunThun is een plaats in Zwitserland in het kanton Bern. Thun heeft ruim 40.000 inwoners., zomer 2007: Dr. Jon Keller, de stadsarchivaris van Thun, bijgestaan door ene ‘Amadeus Wendel’, nodigt via een berichtje in de krant belangstellenden uit voor een stadswandeling: Rainer Maria Rilke bezocht er zijn mecenas, de directeur van de Eidgenössische Pferderegieanstalt. Koning Feisal I van Irak was op vakantie in Hotel Thunerhof, Johannes Brahms kwam drie zomers lang naar Thun-Hofstten en Napoleon III nam deel aan cursussen aan de Eidgenössische.Militärschule in Thun.
De kritieken op bovenstaande stadswandeling waren lovend. Jon KellerMet dank aan Dr. Jon Keller, Stadtarchivaris Thun, een oude bekende in Thun, is niet alleen een deskundig historicus, maar tevens een begaafd verteller en vrijdagavond zes uur is een mooie tijd. Op naar het trefpunt bij het Thunerhof.
Het Thunerhof, ligt wit en majestueus aan de blauwgroene Aare. Het gebouw ademt serene rust. Het is net gesloten. Om deze tijd is het er niet druk. Het vroeger zo beroemde hotel wordt al jaren gebruikt als stadhuis, kunstmuseum en restaurant. Op het schaduwrijke terras dat als museumcafé functioneert staat een bordje “Sorry Geschlossen”, maar er staan rustieke banken onder de enorme platanen. Het is heerlijk toeven op deze verhoogde plek met uitzicht op de Alpen, de sneeuwbergen, het Schloss Schadau en de boten op de Thunersee. Lager, onder de steile muur, rijden fietsers, lopen moeders met kinderen en nog iets verderop zwemmen de witte en zwarte zwanen in de Aare.
Om zes uur is het nog warm en behoorlijk druk. De interesse voor deze stadswandeling is groot. Een jongeman vertelt dat hij er speciaal voor uit Bern gekomen is. Hijgend komt Keller aangelopen. Na de begroeting begint hij met een weids gebaar over de Thunerhof, de Aare en de aanliggende terrassen. De stadsarchivaris wordt echter onderbroken door een indrukwekkend figuur gestoken in jacquet met wit overhemd en een hoogopstaande gesteven boord. De man komt statig door de imposante deur van het voormalige hotel geschreden, maakt een keurige buiging en neemt zijn hoed af. Keller zegt : ‘Ah, der Herr Amadeus Wendel, aangenaam… we zullen elkaar zeker nog wel ontmoeten’. Met gepaste schreden loopt der Herr Wendel plechtig naar de voetbrug over de Aare.
Ondertussen vertelt Keller over de grote hoeveelheid hotels in deze omgeving en over de vele beroemde gasten. Het hotel Thunerhof was het beste hotel en het eerste met lift in het Berner Oberland. Hij weidt uit over de Russische adel, de Franse noblesse en de Engelsen op de ‘grand tour’. Hotels in Interlaken, Spiez en Beatenbucht bestaan nog steeds. In Thun echter zijn die nobele herbergen verdwenen. De Thuner verzuimden het om in de hotellerie te investeren, ze verwaarloosden het toerisme. Onder het motto oorlogen zullen er altijd zijn, concentreerden de vroede stadsvaderen zich op het militaire bedrijf. Ze vergrootten de kazernes en arsenalen, legden meer exercitieterreinen en pantserpistes aan en zo werd Thun vooral bekend om zijn ‘Waffenplatz’.
Illustere Gasten
Een indrukwekkend aantal beroemdheden komt in het verhaal van Keller aan de orde: De dichter van onder andere de Duineser Elegien, das Stundenbuch, die Aufzeichnungen des Malte Laurids Brigge, de man van zwaarmoedigheid en ‘Weltangst’, maar uiteindelijk ook van ‘Weltbejahung’, Rainer Maria Rilke1875 (Praag) – ✝1926 (Val Mont CH) had innige banden met de stad Thun. Hij was bevriend met de directeur van de Eidgenössische Pferderegieanstalt in Thun. Rilke kwam drie keer voor een paar maanden naar Thun. In 1923 ging hij zelfs naar het paardenconcours, nam deel aan een bal in hotel Thunerhof en bezocht de antiekwinkel van Margaritha Born. En, zeker niet verwacht van deze melancholische dichter, deze ontboezeming komt met een lachje: ‘Rilke had een Liebesneschtli in Hotel Thunerhof’. Zijn geliefde, de Poolse BaladineSchilderes Elizabeth Dorothea Klossowski, geb. Spiro. 1886-1969., moeder van de schilder Balthus (peetoom Rilke gaf hem deze kunstenaarsnaam) schijnt hem daar drie dagen verwend te hebben. In zijn brieven aan haar heeft Rilke het over ‘het concours hippique’, prachtig Thun, ‘sage-chérie’ en ‘Ovomaltine’.
In hotel Bellevue tegenover de Thunerhof, nu een mooi gerestaureerde en gerenomeerde residentie voor senioren, verbleef de Nobelprijswinnaar, pacifist en professor in de muziekgeschiedenis Romain Rolland"Schrijver, 1866 (Clamecy)-✝1944 (Vézalay).. Tijdens de Eerste Wereldoorlog ontving hij de Nobelprijs en genoot de auteur van onder andere Jean Christoph, van vredige vakantiedagen aan de Aare en de Thunersee.
Tijdens één van zijn bezoeken aan het reeds genoemde hotel Bellevue ontmoette de Engelse dichter, criticus en pedagoog Arnold MatthewGeboren 1822 (Laleham GB)-✝1888 (Liverpool). Marguerite. Haar charme, betovering en blauwe ogen moeten Arnold zeer geïnspireerd hebben. Marguerite komt een paar maal voor in zijn gedichten. In de reeks Matthew Arnold, The Oxford AuthorsFrank Kermode ed. The Oxford Authors, omslag. staat: ‘and all the love poems in the Switzerland sequence’. Jammer genoeg, is een identificatie van deze Marguerite tot nu onmogelijk gebleken. De gastenboeken uit die tijd ontbreken. Bekend is echter dat Arnold vanuit Thun via de Gemmipass naar Leukerbad ging, terwijl hij ook ‘‘his cousin, the Blüemlisalp’ bezocht.
Ralph BenatzkyComponist, 1884 (Mährisch-Budwitz)-✝1957 (Zürich). was langer in Thun. Tien jaar woonde hij met zijn tweede vrouw in een indrukwekkende villa aan de Bächimatte. Daar had hij ‘freier Blick’ op de Thunersee en de Alpen van het Berner Oberland. In die tijd componeerde hij onder meer de wereldbekende operette Im weissen Rössl am Wolfgangsee. ‘Had Benatzky zijn operette toen maar Im braunen Bären am Thunersee genoemd’, verzuchtte de stadsarchivaris, ‘dan hadden we nu geen problemen met het toerisme’.
Achter de stadsarchivaris lopen we langs de Aare. We gaan over het voetbruggetje en komen via de imposante overdekte oude houten sluizen op het zogenaamde Kleist-InseliSchrijver, Heinrich von Kleist 1777 (Frankfurt a.d Oder)-✝1811 (Wannsee,Berlijn).. Heerlijk koel is het hier. De Aare stroomt aan beide kanten. Roeiboten liggen in het gras. De bomen staan hier hoog en de vogels kwinkeleren. Het huis waar schrijver Heinrich von Kleist ooit gewoond heeft bestaat niet meer. De weinige huizen hier mogen gerust indrukwekkend genoemd worden. Plotseling verschijnt Herr Amadeus Wendel, hij is opgewonden en barst uit in een monoloog. Het is niet moeilijk te raden: hij is Kleist en hij beklaagt zich over het stoffen, poetsen en schrobben van zijn dienstmaagd. Was zij het die de melkkan uit het raam liet vallen? Hij declameert de eerste passages van der zerbrochene Krug. Opgewonden loopt hij heen en weer en Keller heeft moeite om hem tot bedaren te brengen. Ze spreken over Richter Adam. Daarop haalt Herr Wendel een klein blokfluitje uit zijn borstzak en speelt een lichtvoetig melodietje. Even later groet hij ons vriendelijk en verdwijnt net zo plotseling als hij verschenen is.
Omdat ze graag de Berner Alpen wilde zien liet Joséphine de Beauharnais Ex-keizerin van Frankrijk, 1763 (Trois Ilets)-✝1814 (Malmaison,Parijs)., echtgenote van Napoleon Bonaparte, op 14 oktober 1810 een koets met drie span paarden aanrukken. Met haar entourage was ze uitgenodigd bij Schultheiss von Müllinen. Blijkbaar had ze goede herinneringen aan Thun, ook later sprak ze vaak en lovend over les heures merveilleuses passées dans cette charmante bourgadeCitaat van Dr Jon Keller.
Dan Goethe Dichter 1749 (Frankfurt a.M)-✝1832 (Weimar)., waar logeerde deze geleerde, staatsman en natuurwetenschapper niet? Vanzelfsprekend bezocht de ‘Dichterfürst’ in zijn lange leven ook Thun. Tijdens zijn reis door Zwitserland kwam Goethe op 8 oktober 1779 aan in Thun. Hij overnachtte hier en ging verder naar Unterseen, Lauterbrunnen, Grindelwald, Meiringen en Brienz. Een paar dagen later kwam hij weer terug, overnachtte en ging toen verder naar Bern. In één van zijn brieven aan Frau Stein, schreef hij over die schöne Aussicht vom Kirchhof.
Ondertussen, na een behoorlijke klim, staan we vlakbij dat kerkhof op de Schlosshügel. Het uitzicht is inderdaad adembenemend mooi. Opeens verschijnt Herr Wendel, zwierig haalt hij het blokfluitje weer te voorschijn. Hij speelt het beroemde slaapliedje Guten Abend, gute Nacht mit Röslein bedacht… en verzoekt ons om mee te zingen. En… men zingt. Omstanders blijven geamuseerd staan. Het klinkt goed tussen die eeuwenoude muren van het indrukwekkende kasteel en de kerk. Johannes BrahmsComponist 1833 (Hamburg)-✝1897 (Wenen). was geliefd in Thun en hij kwam er graag. Hier componeerde hij zijn Op.99 tot 109 en maakte hij tochten naar Mürren en naar de Niesen. Alles te voet natuurlijk, er bestonden geen ‘Seilbahnen’. Brahms had zelfs een abonnement voor de boten op de Thunersee. In Thun kreeg hij veel bezoek van vrienden en kennissen uit Duitsland en Oostenrijk.
Een heleboel trappen en treden gaan van de Schlosshügel naar beneden de stad in. Uiteindelijk bereiken we de Rathausplatz. Het is een statig mooi plein omringd door oude huizen met markante gevels. Voor de imposante gevel van het Rathaus met de mooie klok en de arcaden vervolgt de stad-archivaris zijn betoog. Vanzelfsprekend is de lijst van beroemde gasten in Thun lang, echter te lang voor één stadswandeling. Maar twee ‘royalties’ wil Keller toch nog noemen.
Als jonge man kwam Charles Louis Napoléon Bonaparte President en keizer 1808 (Parijs)-gestorven 1874 (Chislehurst GB)., de latere Napoléon III, verschillende keren naar Thun. Hij nam deel aan cursussen aan de Thuner Militärschule en doorliep diverse officiersleergangen. In Thun heeft Napoléon ook aan zijn werk Réflexions politiques et militaires sur la Suisse’ geschreven. Dertig jaar later, hij was toen al keizer, bezocht hij zijn vroegere kazernes, zijn woonplek in Thun, haalde herinneringen op en overnachtte in hotel Bellevue.
Koning Feisal IKoning 1885 (Mekka)-✝1933 (Bern)., lid van de dynastie der Haschemiten, was niet alleen koning van Irak, maar werd in 1920 ook kortstondig koning van Syrië. In 1930 kwam Feisal, begeleid door zijn gevolg, veertien dagen naar Thun. Hij logeerde in hotel Thunerhof en maakte uitstapjes naar Blausee, Bern, Luzern, Zürich en naar Bulle, alwaar hij verschillende militaire oefeningen bijwoonde. Hij bezocht tevens de vroegere metaalfabriek Selve en was van plan gauw weer naar Thun terug te komen.
Bij het Rathaus achter de fontein staat intussen de Herr Wendel. Hij opent een buidel met een leren bandje. De groep betaalt. Onder uitbundig applaus maken de heren Keller en Wendel een kleine buiging, knikken minzaam en verdwijnen richting Obere Hauptgasse.
Eva van Wijk-Bános was tolk/vertaalster voor diverse rechtbanken in Bern, Thun en Berner Oberland en is lerares Engels aan de Volkhochschule in Thun. Ze is BA Englisch Literature en BA Algemene Cultuurwetenschappen. Ze is bezig met de Masteropleiding Algemene Cultuurwetenschappen.
Bij een Europese prijsvraag van de stad Montecatini (Italie) heeft ze de prijs voor ‘short story’ ontvangen.

