Drama en trauma in de Spaanse schilderkunst
Door Leen Moelker
Kort geleden heb ik het centrum van Madrid verkend. De voettocht voerde langs parken, pleinen en paleizen. Vele eeuwen Spaanse geschiedenis kwamen voorbij in monumenten die verwijzen naar interne politieke woelingen en gewaagde veroveringsreizen. Maar in de musea was ook de schaduwzijde van de triomf te zien, zoals op twee topstukken uit de Spaanse schilderkunst. Die schilderijen en hun betekenis wil ik in dit artikel bespreken. Wat vertellen ze en wie waren hun makers? Is hun boodschap alleen historisch of ook bestemd voor mensen van alle tijden en plaatsen?
Tegenover het Estación de Atocha in Madrid staat sinds kort een monument met daarop 191 namen van slachtoffers van de terroristische aanslag van 11 maart 2004. In het razende verkeerslawaai van het stationsplein lijkt niemand daarbij stil te staan. Maar honderd meter verderop, in het Museo Centro de Arte Reina Sofía drommen mensen samen bij een schilderij dat ook herinnert aan geweld. Bij Guernica van Pablo Picasso. Ook dichtbij in de richting van de Cybele-fontein (Fig.1), in het Museo Nacional del Prado, verdringen de mensen zich bij de icoon van het 19e eeuwse verzet: El Tres de Mayo de 1808 en Madrid o Los fusilamientos en la montaña del Princípe Pío van Francisco Goya. Ik keek met hen mee.
Fig.1 Francisco Gutiérrez en Roberto Miche1, Cybele-fontein, 18e eeuw. Cybele, op zegekar getrokken door twee leeuwen, is de mythologische Moeder Aarde en symbool van de stad Madrid. (Foto: Ada Markusse, maart 2009).
Voorgeschiedenis van Guernica
Op maandag 26 april 1937 werd het Spaans-Baskische dorp Gernika-Lumo gebombardeerd. Het was een dramatisch dieptepunt in de burgeroorlog tussen Spaanse nationalisten en falangisten enerzijds en socialisten en republikeinen anderzijds. De inzet was dictatuur of democratie. Het is de verdienste van Times-journalist George Steer dat de verschrikkingen van die gebeurtenis tot de wereld doordrongen. Hij ontdekte dat de Deutsche Luftwaffe de slachting onder de bevolking had uitgevoerd. Steer publiceerde vervolgens zijn bevindingen in de Timeshttp://archive.timesonline.co.uk/tol/viewArticle.arc?articleId=ARCHIVE-The_Times-1937-05-06-15-001&pageId=ARCHIVE-The_Times-1937-05-06-15 en Times 6 maart 2009. en die kwamen de naar Parijs uitgeweken schilder Picasso onder ogen. Nog datzelfde jaar ontstond Guernica als uitwerking van een opdracht van de Spaanse republikeinen. Die zonden het werk in naar de Wereldtentoonstelling 1937 in Parijs. Het werk ging daarna op tournee naar de Verenigde Staten en bleef daar in The Museum of Modern Art tot het na de dood van generaal Franco, in 1981 weer in Spanje terugkeerde (Fig.2).
Guernica, een analyse
Tweeënzeventig jaar na de voltooiing is Guernica uitgegroeid tot een internationaal anti-geweldsymbool. Dat de Verenigde Naties in New York permanent een kopie tonen geeft de bijzondere betekenis aan. Het enorme schilderij is in het museum in Madrid te benaderen tot op ongeveer vier meter afstand. Genoeg afstand om de details te kunnen ontdekken. Het is een triptiekvoorstelling en de compositie is horizontaal gericht, wat de betrokkenheid van de waarnemer intensiveert. Negen biologische wezens zijn op kinderlijke wijze getekend. We nemen ze waar in een mengeling van associatie en dissociatie. De kleuren zijn grijstinten en zwart met blauwe schaduwen, alsof puinstof op het werk is neergedwarreld. Er is al veel geschreven over Guernica. Ik wil proberen mijn eigen ervaringen daaraan toe te voegen. Want na bijna een uur waarneming, in een frontale aanblik van dat enorme schilderij, is er toch wel zo iets als het begin van een betekenisproces ontstaan. Wat al direct opvalt is de ‘Picassostijl’, een ordening uit die tijd waarin herkenbare beelden dissociatief en soms kinderlijk werden weergegeven. Picasso was van jongs af aan vertrouwd met stierengevechten. Het stiermotief (links) lijkt direct te verwijzen naar een sterk republikeins Spanje. Hoog torent de stier uit boven een kwetsbare vrouw met haar dode kind. In de literatuur wordt het beeld van moeder en kind met de Pietá verbonden. Dus met Maria en de stervende Jezus op schoot. Een dieper leed is er niet. Maar het oog trekt naar onderen, naar de stervende soldaat die verstard om hulp schreeuwt. Zijn arm is losgerukt. Zijn zwaard is gebroken. Tussen zijn vingers is een bloem gestoken, een duidelijk signaal van hoop in een gebroken wereld. In de vijfenveertig voorstudies die zijn bewaard dank zij Dora Maar, een minnares van Picasso, weten we iets over de ontwikkelingsgeschiedenis van het schilderij. De arm van de soldaat stond aanvankelijk rechtop met gebalde vuist, symbool van het communistische reveil. In de eindversie is echter de politieke basis uit het beeld van de soldaat verdwenen. Nu straalt hij onmacht uit.
Fig.2 Pablo Picasso, Guernica, Olieverf op linnen,349,3 x 776,8 cm, 1937, Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofía, Madrid. (Bron: Internet 1 april 2009).
Al even weerloos is de vleugellamme vogel (vredesduif?!) tussen het paard en de stier. Alle verdedigingsmechanismen falen. In het middenplan staat een paard in doodstrijd. Het is met een lans doorstoken. Zijn rechter achterpoot is voorzien van een hoefijzer, dat we moeiteloos herkennen in de betekenis van geluksamulet. Een hoopvol teken aan het paard als symbool van het ongelukkige Spaanse volk. Een lamp als goddelijk oog bestraalt de slachtoffers zoals de aureool in het Lam Gods van Jan van Eyck dat doet op het Lam dat geslacht wordt. Rechts proberen drie vrouwen het vege lijf te redden. Vrouwen overheersen het beeld in Guernica. Zo ook in het leven van Picasso zelf. Françoise Gilot, een van zijn vele minnaressen, noemde hem dan ook veelbetekenend Blauwbaard. In het schilderij stort een vrouw ter aarde uit een brandend huis terwijl een andere ternauwernood ontkomt in halfnaakte toestand. Maar een derde in archaïsche kledij houdt een fakkel vast en verlicht de scène. Ook dit motief is in de kunstgeschiedenis terug te vinden in de oudheid en in het Vrijheidsbeeld te New York. Al die tijdloze motieven in Guernica verlenen dit schilderij eeuwigheidswaarde.Hensbergen, van, Gijs, Guernica, biografie van een icoon van de twintigste eeuw (Leiden 2005).
Pablo Picasso, de maker van Guernica
Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepumucéno Maria de los Remedios Crispín Crispiano Santísima Trinidad Ruiz werd op 25 oktober 1881 in Malaga geboren. Zijn vader Don José Ruiz Blasco (1838-1913) was schilder en conservator van het Stedelijk Museum in Malaga. Zijn moeder Doña María Picasso y Lopez (1855-1939) was Andalusische en stamde uit een welgestelde familie.
Pablo Ruiz maakte toen hij acht jaar was zijn eerste schilderij De kleine picador. Er volgden verhuizingen naar La Coruña en Barcelona. Pablo bezocht het gymnasium en de tekenscholen van zijn vader. In 1897 ontving hij zijn eerste gouden medaille. Hij verliet voortijdig de Koninklijke Kunstacademie San Fernando in Madrid en sloot zich aan bij kunstenaarskringen in Barcelona en Madrid onder de naam Picasso, de naam van zijn moeder. Hij vestigde zich in 1904 in Parijs. In 1907 kwam het eerste kubistische schilderij Les Demoiselles d’Avignon gereed. Als decorontwerper van Les Ballets Russes van Sergei Diaghilev kreeg hij toegang tot de Beau Monde en hij ontmoette daar Olga Koklova met wie hij trouwde op 12 juli 1918. In 1921 werd Paolo geboren. In 1928 introduceerde hij het thema Minotaurus, een monster met mensenlichaam en stierenkop, in zijn werk. In 1935 werd zijn dochter Maya geboren bij Marie Thérèse Walter. In 1936 kwam fotografe Dora Maar (geb. Marković) in zijn leven. Op 18 juli 1936 brak de burgeroorlog uit. Picasso werd, als republikein, directeur van Museum Nacional del Prado. Hij schilderde in 1937 Guernica. De schilder kreeg in 1947 en 1949 bij Françoise Gilot nog twee kinderen.
Hij trouwde in 1961 met zijn model Jacqueline Roque. Het was de periode van de grote tentoonstellingen in de hele wereld. Op 8 april 1973 overleed Pablo Picasso. Op zijn graf in Aix- en- Provence werd een bronssculptuur geplaatst Vrouw met Vaas (1933). Misschien een hommage aan al die vrouwen in zijn leven aan wie hij zoveel te danken had gehad.Warncke, Carsten-Peter, Pablo Picasso 1881-1973, Oeuvre 1937-1973, II (Keulen etc. vert.2007) 683-726. Maar met Guernica had hij zich onsterfelijk gemaakt. Net als Francisco Goya in de 19e eeuw had gedaan met El tres de Mayo de 1808.
El Tres de Mayo de 1808. Het begin
Op 2 mei 1808 signaleerden de inwoners van Madrid om kwart over acht ‘s ochtends een eigenaardige beweging bij het koninklijk paleis. Zijn de koning en de kroonprins teruggekeerd van de onderhandelingen met Napoleon? Het tegendeel bleek waar. De familieleden van Karel IV werden naar Frankrijk gedeporteerd! Een wilde opstand brak uit. Maar de Fransen begonnen razzia’s. Op 3 mei voltooiden ze hun sinistere en wrede werk: het massaal executeren van ‘rebellen’ op de heuvel van Princípe Pío (nu het Plaza España) en naast het Ritz Hotel (Fig.3) tegenover het Museo Nacional del Prado. Hughes, Robert, Goya (London 2003) 254.
Francisco Goya, die zo vurig had gehoopt dat de Fransen vrijheid en democratie zouden brengen, schilderde in 1814 teleurgesteld een aanklacht tegen die mensonterende gebeurtenis. El Tres de Mayo de 1808.
Fig. 3 Mariano Benlliure, Goya, 1902, marmer en brons, 700 x 150 met het Ritz Hotel en tegenover Museo Nacional del Prado. (Foto: Ada Markusse maart 2009).
El Tres de Mayo de 1808. Het werk
Goya heeft ons in twee schilderijen, El dos de Mayo de 1808 en El Tres de Mayo de 1808 de verschrikkingen van de oorlog voorgehouden. Ik bespreek hier het laatste werk (Fig.4). We zien hier de verbeelding van een terreurdaad. De voorstelling toont de executie van Spaanse vrijheidsstrijders door de Franse Keizerlijke Garde op 3 mei 1808. Goya is daar zelf niet bij geweest maar zijn altijd grondige onderzoeksmethode en voorstudies voor een werk staan borg voor het realistische gehalte van de voorstelling. Hij maakte het schilderij in opdracht van de regering in 1814 toen Napoleon verslagen was.
Acht Franse soldaten staan met musket in de aanslag frontaal voor hun slachtoffer. Ze dragen een broodzak op hun rug en ze hebben een kleploze shakos op hun hoofdMuseo Nacional del Prado, 100 Masterpieces of the Museo del Prado (Madrid zj)198.. Hun sabels hangen laag aan hun regentuniek. Kennelijk wordt het een regenachtige dag. Hun gezichten zijn niet te zien, want in een oorlog is geweld altijd anoniem! Maar de slachtoffers zijn wel herkenbaar dank zij een olielamp die een lichtbundel verspreidt, alsof spotlights toen al bestonden. In de achtergrond staan het Convent van María de Aragón en de barakken waar de gevangenen wachten op hun terechtstelling. Achter de heuvel verschijnt net een nieuwe groep veroordeelden. Links op de voorgrond liggen bebloede lichamen van zojuist neergeknalde vijanden van Frankrijk. Een veroordeelde monnik vouwt de handen in gebed. Achter hem houdt iemand de handen voor de ogen. Hij wenst niets te zien. Ook de man met de rode ceintuur neemt die houding aan. Doodsangst, ontreddering, onmacht en ongeloof zijn eruit te lezen. Alle gevangenen, sjofel gekleed, kijken weg van de man in oker broek en wit hemd (wit, de kleur van de onschuld!) die nu gaat sterven. Zittend op zijn knieën, zijn armen gespreid omhoog geheven, zijn blik strak op zijn beulen gericht gaat hij de dood tegemoet. Zijn rechterhand bevat een duidelijk lidteken.
Fig.4 Francisco Goya, El Tres de Mayo de 1808 of de executies op de heuvel Princípe Pío,1814, olieverf op canvas, 268 x 347, Inv.0749 Museo Nacional del Prado, Madrid.
In navolging van Hughes zou ik in de houding van de jongeman geen blijk van onderdanigheid en overgave willen zien.Hughes, Robert, Goya, 314. Opstandelingen kenden immers het risico. Goya moet hier een bijbels motief voor ogen hebben gehad. Jezus had immers ook lidtekens in zijn handen! De houding van de jongeman is die van een gekruisigde. Hij is daar als martelaar, als man van het volk, die zijn leven gaat geven voor anderen. Francisco Goya y Lucientes, een bewogen patriot met grote idealen, heeft deze geschiedenis als waarschuwing tegen terreur onuitwisbaar in de collectieve herinnering van Spanje en van de hele mensheid verankerd.
Francisco Goya y Lucientes, de maker
Op 30 maart 1746 werd Francisco Goya geboren in een klein dorp in Aragón, Fuendetodos bij Saragossa in Spanje. Vierde kind van José Goya en Gracia Lucientes. Hij werd echter opgevoed in Saragossa waar zijn vader verantwoordelijk was voor de ornamentatie van de nieuw te bouwen Basílica del Pilar. Vermoedelijk volgde hij onderwijs aan de Escuela Píos de San Antonío, de school van de Katholieke Kerk. In 1759 kwam hij in de leer bij José Luzán y Martinéz, een met zijn vader bevriende schilder. Door een medeleerling, Francisco Bayeu y Subías kwam hij in contact met diens broer Ramón, de latere hofschilder van Karel III. Na mislukte pogingen een beurs te krijgen vertrok hij in 1763 naar Rome waar hij mogelijk Giambattista Piranesi leerde kennen. Diens capricciosi zien we bij Goya terug als Los Caprichos, zij het met een heel andere inhoud. In 1771 keerde hij terug naar Saragossa, waar hij kerkelijke opdrachten kreeg en werkte in rococostijl. In 1773 trouwde hij met Joséfa Bayeu y Subías, de zus van Ramón en Francisco Bayeu. Van hun zeven geboren zonen overleefde slechts Francisco Javier. In 1775 vertrok hij naar Madrid, waar Francisco Bayeu, directeur van de Koninklijke Tapijten Fabriek, hem opdrachten gaf als tapijtontwerper. Deze genrestukken waren niet erg populair bij de koninklijke familie. Die kon Goya als portretschilder echter wel waarderen en zo werd hij vanaf 1789 de Spaanse hofschilder. In 1792 werd hij getroffen door een blijvende ernstige doofheid. Een auditief isolement was het gevolg. In zijn portretten werd hij kritischer over de pompeuze gekunsteldheid van de aristocratie (Familie van Karel IV). Vanaf 1796 maakte hij 80 caprichos met sociaal commentaar. Hij schitterde in de aquatint techniek, dat is etsen op waterverfbasis. In dezelfde techniek volgden na de Franse inval in Spanje Desastres de la guerra. Zijn vrouw Joséfa overleed in 1812. In 1814 vervaardigde hij dan de hier boven genoemde schilderijen. Geheel tegen de zin van de nieuwe koning Ferdinando VII en de aristocratie. De werken verdwenen dan ook direct voor 60 jaar in het magazijn. De Inquisitie zocht hem om hem te veroordelen wegens het schilderen van naakten. In 1824 vestigde hij zich teleurgesteld in Bordeaux in Frankrijk. Daar stierf Goya op 16 april 1828. Pas in 1901 werd hij in Spanje herbegraven. Een plan uit 1929 voor eervoller graf in zíjn Santa Maria de la Florida mislukte. Zijn stoffelijke resten bleken verdwenen.
Conclusies en Slot
In dit artikel staan de schilderijen Guernica en El Tres de Mayo de 1808 met hun makers centraal. De werken hebben overeenkomsten zoals de vorm en inhoud en hun ontstaansgrond. Maar ze verschillen ook en wel in stijl, context en receptiegeschiedenis. Picasso en Goya hadden hun sociale engagement gemeen en hun enorme werklust. Echter, waar Picasso een rijk leven kon leiden en vrij kon experimenteren, was Goya afhankelijk van rijke opdrachtgevers. De hier besproken werken tonen weliswaar de terreur van de oorlog, maar openen een vergezicht op de noodzaak van wereldvrede. Ze stellen de macht, de dood en de grauwe werkelijkheid aan de orde, maar laten zo grote idealen oplichten. Met die paradox worden kunst en werkelijkheid op elkaar betrokken. Volgens Heidegger is een kunstwerk een doel-in-zich (Erde) maar tevens een onderdeel van de wereld erbuiten (Welt). Guernica en El Tres de Mayo de 1808 zie ik daarom als zinstichtende kunst maar ook als een krachtig pleidooi voor een betere wereld.
Fotoverantwoording
- Foto 1 en 3 Ada Markusse
- Foto 2 Met geclausuleerde toestemming van Pictoright Amsterdam, houder van de Picasso beeldrechten in Nederland.
- Foto 4 Beeldrecht Museo Nacional del Prado. Inv.0749 Eenmalig reproductierecht voor E-zine verworven door de auteur.
Summary in English
In this article, attention is paid to both the paintings Guernica and El tres de mayo de 1808 as well as to their creators.
As we noticed, the paintings have similarities, such as form, content and origin. However, we noticed also some differences like style, context, and reception.
Goya and Picasso were both very socially engaged and very productive. However, while Picasso lived in healthy and wealthy circumstances and had the ability to experiment freely, Goya’s life was a burden and he was dependent on the rich. The paintings discussed in this article, even as they depict the terrors of war, also illustrate perspectives on world peace. They mention power, death and the miserable reality of life, however by doing so they coerce observers to consider great idealism. Art and reality are paradoxically twined together. Philosopher Martin Heidegger once declared any artwork to be an objective existence (Erde) but it is always an essence of Being, a part of the world outside (Welt). I agree with that and that is why I believe Guernica and El Tres de Mayo de 1808 to be both sense-creating art and a strongly appealing medium to people to make our world better.
Leen Moelker volgt het bachelorprogramma Algemene Cultuurwetenschappen. In aansluiting daarop houdt hij zich bezig met de locale Zeeuwse cultuurgeschiedenis. Ook oriënteert hij zich vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt op museale kunstcollecties en architectuur in de wereld.
Het is interessant dit artikel te lezen. Ik kwam het tegen omdat ik een boek aan het schrijven ben over de mensfiguur in de hedendaagse beeldhouwkunst.
De Chinese kunstenaar Yue Minjun parafraseert diverse meesterwerken om zijn kritiek in te verpakken.
Zo maakte hij ook een variant op Goya's Executie, als reactie op de gebeurtenissen op 4 juni 1989, een verzwegen hoofdstuk.
Anne Berk

