Het Domplein te Utrecht: een plein met een geschiedenis
Door Jossie van Til-Duijsters

Foto Domplein met op de achtergrond het academiegebouw. Gemaakt 27-12-2007 door de auteur
“Het Domplein is niet zomaar een plein. Het is de oorsprong van de ontwikkeling van Nederland” zegt Theo M.A. van Wijk, architect en initiatiefnemer Domplein 2013, in een folder met de titel Domplein, Schatkamer van de toekomst. Het Domplein in Utrecht is het onbetwiste centrum van de stad. Tegelijkertijd blijft het een vreemd plein dat uitnodigt tot voorstellen voor verandering.Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005) 48-49.
Twee uitspraken over een plein in het centrum van Utrecht, dat vanaf het begin van onze jaartelling bewoond is geweest en waar zeven lagen uit de geschiedenis te onderscheiden zijn: de Romeinse tijd, de tijd van Willibrod en de kerstening van de Lage Landen, de Romaanse periode met de bouw van de Romaanse Dom, paleis Lofen, Bisschopspaleis en Kerkenkruis, de Gotiek met de bouw van de Gotische Dom, 1674 met de storm die het middenschip van de Dom verwoestte en tevens de periode van de 17e eeuwse stadsontwikkeling, de periode rond 1900 met de restauratie van Domtoren en Domkerk en opgravingen en tenslotte de periode rond 2000 met nieuwe plannen om de geschiedenis op het Domplein zichtbaar te maken.Theo M.A. van Wijk, Frans Kipp en Paul Baltus , Zoeken naar Utrechtse schatten: resultaten van twaalf jaar onderzoek door Theo M.A. van Wijk en Frans Kipp naar de verborgen geschiedenis van het Domplein (Utrecht 2006) binnenflap achterzijde Maar hiermee is nog lang niet alles over het Domplein gezegd. Want op het Domplein zijn nog een aantal andere bouwwerken en monumenten aanwezig zoals het Academiegebouw van de Universiteit Utrecht met ervoor het monument “Sol” ter herdenking van het 350-jarig bestaan van de faculteit Sterrenkunde en het 100-jarig jubileum van het Academiegebouw, een standbeeld van Jan van Nassau ter herinnering aan de Unie van Utrecht, een verzetsmonument ter herdenking van de gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en een gedenksteen voor de vervolging van homoseksuelen in de zeventiende eeuw.
De geschiedenis van het Domplein te Utrecht in vogelvlucht
In het begin van de jaartelling was het huidige Domplein een iets hoger gelegen plek aan de oever van de Rijn. Deze paragraaf is voor zover niet anders vermeld gebaseerd op A. van Hulzen, Het Domplein Utrecht Trajectum-reeks no. 1 (Vreeland (1980?) ). De Rijn vormde in het begin van de jaartelling de grens van het Romeinse rijk, de Limes. Op deze plek aan de Rijn kwam een castellum (klein legerkamp) te liggen met de naam Trajectum (oversteekplaats). Dit castellum werd verscheidene keren verlaten door de Romeinen en verwoest door Germaanse stammen. In ca. 150 werd het omgebouwd tot een stenen vesting, waarvan de resten onder het Domplein zijn teruggevonden bij opgravingen. In ca. 250 wordt de vesting door de Romeinen definitief verlaten. Het gebied werd in deze periode een speelbal tussen de Franken en de Friezen. Uit deze tijd weten wij weinig. Bekend is wel dat er al in het begin van de zevende eeuw een kerkje moet hebben gestaan binnen het oude castellum.Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005) 10.
In 695 vestigde Willibrod zich in Trecht (zoals Utrecht toen genoemd werd). Hij herbouwde het kerkje en wijdde het aan Sint Maarten. Hij bouwde er nog een tweede kerk, de Salvatorkerk (ook wel Oud-Munster genoemd) en stichtte er een kloostergemeenschap met een Domschool (missieschool). Van hier uit werd de kerstening van de Friezen ter hand genomen. Door de aanwezigheid van beide kerken binnen het oude Romeinse castellum bleef dat gebied een centrale functie vervullen, in feite tot op heden.Idem, 11. Hoe het geheel er uit heeft gezien weten wij niet maar het moet voor die tijd een zekere representativiteit bezeten hebben. Voor de Franken was de combinatie van kerken binnen een Romeins castellum bekend, maar voor de Friezen was het iets nieuws.W.A. van Es en W.A.M. Hessing (eds), Romeinen, Friezen en Franken in het hart van Nederland: van Trajectum tot Dorestad (50 v.Chr.-950 na Chr) (Utrecht/Amersfoort 1994) 96. De Friezen werden door de Franken steeds verder teruggedrongen. Trecht hoefde daardoor niet langer als een versterkte voorpost van de Franken dienst te doen. Willibrod kreeg in 723 Trecht met het omliggende gebied geschonken van de Frankische hofmeier Karel Martel. Dit was het begin van de wereldlijke macht van de Utrechtse bisschoppen. Tussen 857 en 920 gingen de Utrechtse bisschoppen in ballingschap door de aanvallen van de Noormannen. In die periode werden de Maartens- en de Salvatorkerk verwoest. In 920 was het weer veilig genoeg en keert bisschop Balderik terug naar Utrecht. Hij begint met de herbouw van de Sint Maarten- (of Domkerk) en de Salvatorkerk.
Vanaf 925 vielen de Lage Landen, dus ook Utrecht, onder de Duitse keizer. Voor de Duitse keizer was het aantrekkelijk zich te laten vertegenwoordigen door bisschoppen, die immers officieel geen nakomelingen hadden.Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005) 14. De Utrechtse bisschop was in die tijd ook wereldlijk vorst over het toenmalige Nedersticht (huidige provincie Utrecht met Amstelland, het Gooi en de Veluwe) en Oversticht (Overijssel, Drente en de stad Groningen). De Duitse keizers kwamen meermalen bij de Utrechtse bisschoppen op bezoek. Zij verbleven dan in hun paleis (palts) Lofen, dat tussen de Vismarkt en het Domplein lag. Ook de bisschop beschikte over een paleis, het Bisschopshof gelegen tussen de Servetstraat (poort nog zichtbaar), de Lichte en Donkere Gaard, het Wed en het Domplein. Het gebied van het huidige Domplein was in de Middeleeuwen het centrum van de macht. Door de bouw van de paleizen en de bouw van de kanunnikenhuizenKanunniken zijn geestelijken die zich alleen aan de eredienst in de kerk wijden. De kanunniken vormen samen het kapittel. De kanunniken zijn vaak van goede geboorte omdat zij bij intreding een aanzienlijke gift moeten meebrengen. Aan de kapittelkerken worden vaak landgoederen en tienden geschonken. Deze vormen de bron van inkomsten voor het kapittel, zodat men in staat is de religieuze taak uit te oefenen. Informatie ontleend aan http://www.graafschap-middeleeuwen.nl/kerk/kapittel.html geraadpleegd 31-12-2007. werd het ommuurde gebied van het Romeinse castellum te klein en werden de muren aan de noord-, oost- en zuidzijde afgebroken.Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005) 14.
Onder bisschop Bernold (1027-1054) kwam het kerkenkruis tot stand, waarbij de Domkerk het midden vormde. De Janskerk kwam aan de noordkant, de Pieterskerk aan de oostzijde en de Paulusabdij aan de zuidzijde. Enkele decennia later werd aan de westzijde van de Dom nog de Mariakerk gesticht. Een van de meest omstreden kwesties in de stadsgeschiedenis is de vraag of die kruisvorm bewust is nagestreefd. Er is namelijk geen enkele elfde-eeuwse bron beschikbaar waaruit afgeleid kan worden dat er een vooropgezet plan bestond om de kerken in de vorm van een kruis te ordenen. De eerste vermelding van een kerkenkruis in Utrecht komt voor in een geschrift van de Utrechtse archivaris S. Muller uit 1898. Daarmee lijkt het kerkenkruis een uitvinding van negentiende eeuwse historici. Toch is het niet onmogelijk dat er een plan heeft bestaan; er is namelijk wel sprake van samenhang. De vier nieuwe kerken werden gewijd aan de vier heiligen die oorspronkelijk aan de Salvatorkerk waren gekoppeld.idem, 14-15. In 1023 was de Romaanse Domkerk gereed gekomen. Het lijkt erop dat deze naast de Heilige Kruiskapel gebouwd is. Onduidelijk is nog of de Heilige Kruiskapel de voorganger is van de oude Domkerk of de Salvatorkerk.idem, 11.
In 1122 verliest de Duitse keizer bij het Concordaat van Worms het recht om bisschoppen te benoemen. De keizer heeft er dan minder belang bij de bisschoppen te vriend te houden. Vanaf die tijd zijn de Utrechtse bisschoppen vaak gunstelingen van de graven van Gelder of van de graven van Holland. De bisschoppen raakten ook geleidelijk hun wereldlijke macht over delen van hun gebied kwijt. Het paleis Lofen werd door stadsbranden in 1131 en 1253 verwoest en niet herbouwd.http://www.kasteleninutrecht.nl/Lofen.htm geraadpleegd 31-12-2007.
Met de bouw van de huidige gotische Domkerk werd begonnen in 1254 nadat de kerk bij een grote stadsbrand in 1253 ernstig beschadigd was geraakt. Deze werkzaamheden duurden tot 1517. De bouw was toen nog niet af; zo ontbraken de zware steunberen bij het middenschip, maar er was geen animo en geld meer. In 1321 werd begonnen met de bouw van de Domtoren, die in 1382 voltooid werd De Dom was toen de hoogste toren in de Lage Landen. Ten zuiden van de Domkerk werd de grote kapittelzaal gebouwd. Hierin vergaderde het Domkapittel met de andere kapittelkerken (Oud-Munster/Salvatorkerk, Janskerk, Pieterskerk en Mariakerk). Ook de standenvergadering (van kanunniken, edelen en soms vertegenwoordigers van de stad) kwam hier bijeen. Deze vergadering groeide uit tot de Staten van Utrecht (Stichtse landbrief van 17 mei 1375).
De Nederlandse Opstand zou voor eeuwen een einde maken aan Utrecht als het belangrijkste centrum van het rooms katholicisme in de Noordelijke Nederlanden. In 1579 vielen de Nederlanden uiteen toen de zuidelijke gewesten zich in de Unie van Atrecht aaneensloten en de Spaanse kant kozen. De noordelijke gewesten sloten vervolgens in de kapittelzaal van de Dom de Unie van Utrecht. De Utrechtse bestuurders probeerden de katholieke en gereformeerde godsdienst naast elkaar te laten bestaan maar door politieke druk en terreur (beeldenstormen van 1566, juni 1579 en maart 1580) kwam er in juni 1580 een verbod op de katholieke godsdienst. Alle kerken werden aan de protestanten overgedragen of aan de eredienst onttrokken. Ook de kapittels werden protestants en mochten daarom blijven.Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005), 26. Veel kerkgebouwen en kloosters kwamen leeg te staan en werden gesloopt. Zo werd in 1587 de Oud-Munsterkerk (Salvatorkerk) gesloopt en ontstond er een open plein. Ook het Bisschopshof had geen functie meer. Het werd eerst het onderkomen van de stadhouder van Utrecht. Vanaf 1590 had Utrecht dezelfde stadhouder als Holland en werd het gebouw ingericht voor het verblijf van de militaire gouverneur van de provincie. In de Franse tijd deed het gebouw nog dienst als kazerne maar raakte daarna in verval en werd in 1800 gesloopt. De kapittelzaal van de Dom krijgt in 1634 een nieuwe bestemming als collegezaal bij de stichting van de Illustere School. Deze school werd in 1636 verheven tot universiteit. In de zomer van 1672 wordt Utrecht door de Franse legers bezet en komt de Domkerk weer in handen van de katholieken. Dit duurt totdat het einde van de Franse bezetting op 23 november 1673.
Op 1 augustus 1674 trekt ’t Schrickelik Tempeest – een hevige storm uit het zuiden – over Utrecht en richt veel schade aan. Het middenschip van de Dom wordt verwoest. De stad had zo kort na de Franse bezetting geen middelen de Dom te herstellen. De ruïne van het schip werd door een muur omgeven en werd pas in 1826 opgeruimd. In 1826 werd de Heilige Kruiskapel gesloopt en in 1847 werd ook nog de westelijke kapel van de Domkerk gesloopt omdat die het verkeer teveel belemmerde. Zo ontstond het huidige Domplein. Dit plein kreeg overigens pas in 1912 de naam Domplein. Tot die tijd werd het Oud-Munsterkerkhof genoemd naar de gesloopte Oud-Munsterkerk (ook wel Salvatorkerk genoemd).
Na het opruimen van het puin werd er onder leiding van de Amsterdamse architect T.F. Suys een nieuwe westgevel met portaal aan de Domkerk gebouwd. Deze wordt weer verwijderd bij de grootscheepse restauratie van de Domkerk van 1921-1925. Ook de Domtoren was ernstig in verval geraakt en werd gerestaureerd in de periode van 1903 tot 1931 onder leiding van Pierre Cuypers.
In 1979 start een nieuwe grote restauratie van alle kerken die tot het kerkenkruis behoren. Deze restauratie wordt in 1988 afgesloten.
Het uiterlijk van de huizen rondom het huidige Domplein dateert uit het einde van de negentiende eeuw (westelijk gedeelte tussen Domtoren en Wed) en begin twintigste eeuw (noordzijde, onder anderen de oude HBS, thans het Utrechts Centrum voor de Kunsten UCK).Theo M.A. van Wijk, Frans Kipp en Paul Baltus, Zoeken naar Utrechtse schatten: resultaten van twaalf jaar onderzoek door Theo M.A. van Wijk en Frans Kipp naar de verborgen geschiedenis van het Domplein (Utrecht 2006) 30.
Op onderstaande tekening zijn de sporen van de Romeinse en middeleeuwse bebouwing op het Domplein zichtbaar zoals de contouren van het stenen castellum (1) en de verschillende kerken: (2) H. Kruiskapel, (3) Sint-Salvatorkerk, (8) Domkerk, (4) resten van een eerdere, waarschijnlijk elfde-eeuwse, Domkerk en de (9) Domtoren. Andere gebouwen: (6) paleis Lofen, (7), (11) en (12) de bisschopshof met bijgebouwen, (5) traptoren en (13) poort, de pandhof met (10) kapittelzaal en (14) het claustrale huis Achter de Dom. Tekening overgenomen uit: Hans Renes, Historische atlas van de stad Utrecht. Twintig eeuwen ontwikkeling in kaart gebracht (Amsterdam 2005), 48.

kreeg steeds meer symbolische betekenissen. Op de eerste plaats gold het als het oude religieuze centrum van Nederland. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de plaatsing van een kopie van de Jellingsteen (1936), waarvan het Deense origineel verwijst naar de koning die Noorwegen en Denemarken kerstende. In de negentiende eeuw was een politieke symboolfunctie toegevoegd met de oprichting in 1883 van het standbeeld van Jan van Nassau, die de architect was van de Unie van Utrecht. Deze politieke en religieuze betekenissen gaven de discussie over de architectuur van het nieuwe Academiegebouw aan het Domplein een ideologische lading. Er was een ontwerp van de Delftse hoogleraar E.H. Gugel in een neorenaissancestijl. Deze stijl werd passend gevonden voor een gebouw dat immers de idealen van de klassieke wetenschap vertegenwoordigde. Hiertegen werd oppositie gevoerd door een aantal voorvechters van de neogotiek. Hieronder waren drie rooms-katholiek prominenten, die tevens pioniers waren op het gebied van de monumentzorg: Victor de Struers, P.J.H. Cuypers (die kort tevoren de kapittelzaal had gerestaureerd) en J.A. Alberdingk Thijm. Zij vonden dat het ontwerp zou misstaan in de gotische omgeving van de Dom. Ook het oplevend rooms-katholicisme speelde hierbij een rol. Uiteindelijk werd het aangepaste ontwerp van Gugel uitgevoerd. Het Academiegebouw werd echter niet tegen de Domkerk aangebouwd maar in een hoek van het plein. Tussen de Dom en het nieuwe gebouw kwam een vrijwel blinde muur die het plein scheidde van de tuin van het pandhof van de Dom. Cuypers restaureerde de pandhof en ontwierp een uitbundig neogotisch poortje pal naast het Academiegebouw.Idem, 48-49.
Al met al blijft het Domplein een plein dat uitnodigt tot voorstellen voor veranderingen. Er zijn regelmatig plannen gemaakt voor afbraak van een groot deel van de bebouwing tot herbouw van het middenschip van de Dom maar al deze plannen lijken weinig kans van slagen te hebben. Inmiddels is de Stichting Domplein 2013 opgericht, die zich ten doel heeft gesteld de 2000 jaar vaderlandse geschiedenis op het Domplein weer tot leven te wekken.Theo M.A. van Wijk, Frans Kipp en Paul Baltus, Zoeken naar Utrechtse schatten: resultaten van twaalf jaar onderzoek door Theo M.A. van Wijk en Frans Kipp naar de verborgen geschiedenis van het Domplein (Utrecht 2006) 3. De verborgen geschiedenis van het Domplein zal door middel van ondergrondse routes en multimediapresentaties van de virtuele reconstructies van de historische bebouwing worden ontsloten.idem 33. Zo zal begrijpbaar worden hoe een Romeins castellum transformeert naar een volgebouwde immuniteit en tenslotte naar het Domplein zoals wij het nu kennen. De eerste projecten van deze stichting zijn inmiddels gerealiseerd. In 2007 is ondermeer in de Servetstraat door middel van een lichtmarkering de grens van het castellum zichtbaar gemaakt. Op dit moment wordt de Domkerk opgesierd met een enorm doek waarop het interieur van de Domkerk uit 1636 is afgebeeld (naar een tekening van Saenredam).

Het doek op de Dom naar de afbeelding van Saenredam met
ervoor het monument ter herdenking van de gevallen in de
tweede wereldoorlog. Foto 27-12-2007 auteur

Afbakening van het castellum in de Servetstraat; ´s nachts wordt deze verlicht.
Foto 27-12-2007 auteur
Jossie van Til-Duijsters is werkzaam als ICT Procescoördinator. Daarnaast studeert ze algemene cultuurwetenschappen. Zij is nu in de laatste fase van het mastertraject; bezig met haar scriptie die gaat over de rol die Utrecht als provinciehoofdstad speelde in het proces van natievorming van 1813-1848.
Uw verhaal is helaas voor een deel gebaseerd op inmiddels achterhaalde opvattingen.

