De Natiestaat, mystieke gemeenschap of rationele constructie

Door Tanja Wassenberg

De natiestaat is een rationele constructie maar ook een constructie zonder toekomst. Het is een Europese uitvinding, geboren uit het Europees feodaal stelsel en zoals uit de geschiedenis blijkt, met veel geweld opgedrongen en zelfs geëxporteerd naar de verschillende koloniën met gevolgen die tot aan de dag van vandaag merkbaar zijn. Het is zoals Chomsky ooit stelde: “Als je kijkt naar de huidige conflicten in de wereld dan zijn de meeste daarvan een overblijfsel van de Europese pogingen om een natiestaatsysteem op te leggen op plekken waar het totaal geen betekenis heeft. De enige uitzondering hierop zijn de Europese koloniën waar ze de oorspronkelijke bevolking hebben uitgeroeid zoals in Australië en Amerika”.

De traditionele staat is altijd de beheerder geweest van private macht. Of ze was de macht of ze oefende de macht uit via juridische regels. In Europa klampen de meeste landen zich daar nog steeds krampachtig aan vast, zoals wel blijkt uit het verwerpen van de Europese grondwet door o.a. Nederland en Frankrijk en de goedkeuring van het verdrag van Lissabon. Volgens de conservatieve filosoof Roger Scruton zijn alleen de staten van Europa en die van Europese volkeren in de rest van de wereld plus Japan natiestaten. Hun democratische verworvenheden en vrijheden worden vandaag bedreigd door wetgeving opgelegd vanuit de Verenigde Naties. Terwijl deze via resoluties en sancties het gedrag van de natiestaten beïnvloeden, hebben zij echter geen enkele invloed op staten die een ernstig gevaar betekenen voor de wereldvrede en die ook deel uitmaken van de Verenigde Naties.

De oude definitie van een natiestaat; ´één volk, één taal, één cultuur, één godsdienst´ is tot op heden nergens gerealiseerd en wordt meer en meer vervangen door een bredere kijk op de natie. In bijvoorbeeld het Franse contractmodel is de natie een politiek verbond van mensen die onder dezelfde wetten willen leven en in het Duitse cultuurmodel is de natie een natuurlijk verband van mensen met een gemeenschappelijke etnische en culturele achtergrond terwijl het Finse model nog het dichtst bij de oorspronkelijke definitie van de natiestaat komt. Het grote gevaar echter dat besloten zit in elke natiestaat is de cultivering van het nationalisme. Het hedendaagse multiculturalisme is duidelijk onverenigbaar met een conservatief nationalisme, omdat de nationalistische traditie gebaseerd is op een begrip van exclusiviteit van de nationale identiteit en vooral ook de culturele homogeniteit benadrukt. In sommige gevallen benadrukt ze zelfs de raszuiverheid, het ideaal van het nationaal socialisme. Het moderne nationalisme is gebaseerd op de onzekerheid van de middenklasse, die hun materiële basis en sociale status ondermijnd ziet, in de overtuiging dat deze bedreiging in de eerste plaats van buitenaf komt.

Volgens Slavoj Zizek tolereert het multiculturalisme de ander zolang men er niet mee geconfronteerd wordt, maar op het moment dat men er echt mee te maken heeft, zoals bij de besnijdenis van vrouwen, het dragen van sluiers, het martelen van vijanden, en de ander de eigenheid van zijn genot regenereert, houdt de tolerantie op.

De toekomst ligt vermoedelijk meer in het Zwitsers model. Zoals B. Pareth stelt in The morality of politics in het hoofdstuk getiteld: Reconstituting the modern state zou de staat eerder een maatschappij moeten zijn van verschillende gemeenschappen waarbinnen iedere gemeenschap een zekere mate van autonomie moet krijgen, maar waar het geheel wordt samengehouden door gedeelde legale en politieke banden. In dat geval krijgen we binnen de staat verschillende kernen van autoriteit die overlappende jurisdictie hebben en die beslissingen bereiken door onderhandelingen en compromissen. Het zou realistischer zijn als staten hun soevereiniteit zouden delen en die zouden uitoefenen aan de hand van grensoverschrijdende politieke instituties. Het is te verwachten dat de macht van de klassieke natiestaat meer en meer zal afnemen en plaats zal maken voor een diffuse netwerkachtige macht zoals beschreven door Negri en Hardt in Empire. De macht van dit systeem ligt niet in handen van een grootmacht zoals Amerika of het Internationaal Monetair Fonds maar is verdeeld over knooppunten waardoor er meer een netwerk van macht ontstaat. De politieke constitutie van dit ´Empire´ is niet gebaseerd op discipline zoals we die kennen binnen het huidige bestel (figuren met gezag: de minister, de leraar, de rechter) maar op biomacht. Deze ´biomacht´, voor het eerst gebruikt door Foucault, bepaalt wat de norm is doordat hij bepaalt wat normaal is en wat niet, waarbij ieder individu zichzelf die norm oplegt want niemand wil ´abnormaal´ zijn. Hij is daarom ook voor iedereen beter te begrijpen en te aanvaarden en dus veel indringender dan de vroegere disciplinemacht.

De kracht van de biomacht is dat men zich er spontaan aan onderwerpt zonder dat men het gevóel heeft zich ergens aan te onderwerpen. Bovendien verspreidt de expansiekracht van het globalisme deze biomacht over de hele wereld. Mensen gaan daardoor meer en meer hetzelfde leven leiden en krijgen steeds meer dezelfde behoeftes. Vorm en zin van het leven worden op die manier geformuleerd en de natiestaat zal verdwijnen onder het besef dat de politieke leiders met al hun tekortkomingen niet meer in staat zijn om ons hun model op te leggen. Het zal meer gaan om communicatie, kennis, taal en wereldwijde netwerken waarbij de economische markt de macht overneemt omdat economische beslissingen via deze netwerken genomen worden, zonder politieke inmenging. Het verschil tussen de nieuwe economie in vergelijking met de oude, is dat het een economie is die in staat is om ´real time´ en op mondiale schaal als een eenheid te werken. Des te afhankelijker organisaties van deze netwerken worden, des te onafhankelijker worden ze van hun vestigingsplaats en deze onzekerheid en onoverzichtelijkheid veroorzaakt dat mensen hun eigenwaarde verliezen en gaan zoeken naar een nieuwe manier om die te restaureren. Opsluiting van de bevolking binnen de natiestaat is misschien wel een logische reactie maar het is de verkeerde reflex op een geboden kans.

Deze positie vergroot de druk op de natiestaat om steeds meer en meer op internationaal vlak besluiten af te dwingen en vermindert haar geloofwaardigheid op het terrein van de binnenlandse politiek doordat die binnen een steeds benauwder netwerk van mondiale verdragen gevangen zit. Het resultaat is een crisis van de politieke democratie. De natiestaat zal zijn capaciteit om de eigen achterban via sociale contracten te binden verliezen en daardoor wordt de massa moeilijker te controleren en zullen migratiestromen toenemen. Mensen zullen zich uit noodzaak of uit economische motieven over de wereld verplaatsen, zonder hun contact met het land van oorsprong los te laten en zonder zich te onderwerpen aan de regels van de natiestaat die daardoor ook langzaam zal verdwijnen. Indien Europa daar niet op inspeelt zal het zijn plek en rol in de wereld verliezen en de aansluiting met de mondiale economie en dus het welzijn van zijn inwoners verliezen.

Bookmark and Share

  

Er is 1 reactie
Kees van Oosten
February 28, 2009 - 12:32
Onderwerp:

De natiestaat in zuivere vorm heeft nooit bestaan. Toch is het idee van de natiestaat een antwoord geweest op een aantal vraagstukken (machtsmonopolie, eigendom, rechtvaardigheid) die nog niet verdwenen zijn. Niet een idee, kortom, om te vroeg bij het vuilnis te zetten. Persoonlijk vind ik het idee ‘biomacht’ veel enger dan het idee ‘natiestaat’

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack