Ontstaan van het artikel ´Contrasten in een binnenstadstraat: de geschiedenis van het huis Jan Hendrikstraat 9´ Een enigszins uit de hand gelopen tijdverdrijf?

Door Anneke Vollebregt-van Grol

Jan Hendrikstraat nr 11- 1

Alweer vele jaren geleden begon ik puur uit interesse voor geschiedenis een cursus historisch onderzoek voor beginnersDeze en andere cursussen betreffende historisch onderzoek, genealogie en paleografie worden gegeven onder auspiciën van de Geschiedkundige Vereniging Die Haghe bij het Haags Gemeentearchief. bij het Gemeentearchief in Den Haag onder de bezielende leiding van de heer C. Stal en mevr. C. Wentholt. Het was een praktische aanvulling op de studie Cultuurwetenschappen aan de Open Universiteit waar ik inmiddels ook mee was gestart. Het bleef niet bij die ene cursus. Er volgden cursussen voor gevorderden en na verloop van tijd werd speciaal voor de ‘diehards’ uit de groep die waren overgebleven, nagedacht over een vervolg. Het werd een cursus huizenonderzoek met als doelstelling zowel de bouw- als de bewoningsgeschiedenis van een huis of een groep huizen te onderzoeken. Wanneer is het gebouwd? Hebben er verbouwingen plaatsgevonden? Welke eigenaren en bewoners heeft het in de loop der eeuwen gekend en wat valt er over hen te vertellen? Hoe werd het pand gebruikt?

Een onderzoek naar een huis of groep huizen binnen de cursus werd in principe door ieder van de leden geheel zelfstandig uitgevoerd, maar een gezamenlijk onderzoek behoorde ook tot de mogelijkheden. Tijdens de cursusmiddagen werd meestal een thema behandeld, bijvoorbeeld het kadaster, de rechterlijke en notariële archieven, genealogische bronnen en allerlei mogelijke andere bronnen die van belang zouden kunnen zijn. De Gids voor Haags Huizenonderzoek moet daarbij zeker worden genoemd. We wisselden informatie uit en bespraken de voortgang van de diverse onderzoeken. Heel belangrijk was ook de stimulans die van de cursusmiddag uitging om door te gaan wanneer onverhoopt het onderzoek een keer vastliep. Huizen die voor een dergelijk onderzoek in aanmerking kwamen waren soms eigen projecten, maar meestal de huizen die door de Haagse Afdeling Monumentenzorg waren betrokken bij de enkele jaren eerder begonnen inventarisatie van binnenstadspanden. Van die afdeling kwam dan ook een lijst met voor onderzoek voorgedragen panden in de Haagse binnenstad. Ieder van de cursusleden was vrij daaruit een pand te kiezen en voor mij werd het Jan Hendrikstraat nummer 9, een voor mij onbekend huis in een bijna onbekende straat. Aan onbekendheid met huis en straat kwam snel een einde. Gaandeweg het onderzoek is het huis met zijn bewoners steeds meer voor mij gaan leven en ging bij mij de gedachte spelen om ook anderen deelgenoot te maken van de boeiende geschiedenis; anderen naast de gezinsleden die vanaf het begin regelmatig ’s avonds aan de dis werden geconfronteerd met interessante vondsten met betrekking tot ‘mijn huis’, want dat werd het naarmate het onderzoek vorderde steeds meer.

Bij aanvang van het onderzoek was het nog volstrekt onduidelijk of ik over het huis al dan niet voldoende interessante informatie zou kunnen vinden, laat staan dat ik op dat moment al dacht aan een eventuele publicatie van onderzoeksgegevens. Hieraan kon ik pas gaan denken in de loop van het onderzoek, waarvoor naast goede richtlijnen over hoe te werk te gaan, in ieder geval een flinke portie tijd, doorzettingsvermogen, speurzin en soms creativiteit nodig waren. Naarmate het onderzoek verder terugging in de tijd bleek het noodzakelijk oud schrift te kunnen lezen en via een cursus op internet ben ik hiermee vertrouwd geraakt.

Maar hoe ga je nu precies te werk bij een dergelijk onderzoek? Het is in dit bestek onmogelijk een complete handleiding te geven hoe een huizenonderzoek precies aan te pakken.Hiervoor kunnen de eerder genoemde cursussen dienen en daarnaast de “Gids voor Haags Huizenonderzoek” door C.J.J. Stal. Hier zal ik slechts enkele punten toelichten. Na een eerste algemene oriëntatie op het te onderzoeken perceel in literatuur, documentatie en beeldmateriaal is het handig te beginnen met een onderzoek naar de eigenaren en te werken van het heden naar het verleden. Belangrijk is zekerheid te hebben over de juiste plek: waar ligt het pand precies, op een hoek, midden in een straat, wat is de vorm van het perceel? Vergelijking van een kaart waarop huisnummers staan vermeld met een kaart waarop de overeenkomende kadasternummers te vinden zijn kan deze locatie duidelijker maken en bovendien de in dit stadium noodzakelijke kadasternummers opleveren. Door middel van deze gegevens zijn de eigenaren van een pand terug te vinden vanaf de invoering van het kadaster in 1832 tot op heden. Belangrijk is het te beseffen dat archieven destijds zijn ingericht met een administratieve functie en niet met het doel het de historisch onderzoeker van de toekomst gemakkelijk te maken. Diverse bronnen sluiten dan ook niet naadloos op elkaar aan en het kan nog wel eens wat extra speurwerk vergen om de juiste gegevens - als die er al zijn - boven tafel te krijgen. Gedurende een lange periode, tussen 1560 en 1811, werd onroerend goed ‘getransporteerd’ voor het gerecht (schout en schepenen). In deze periode waren notariële of onderhandse koopakten niet zonder meer rechtsgeldig, dat werden ze pas door ‘openbaarmaking’ via het gerecht. In de transportakten werd meestal door middel van belendingen (aangrenzende eigenaren) aangegeven wat de locatie van een perceel was, huisnummers waren er nog niet. Via de in Den Haag aanwezige praktische indexen is het mogelijk uittreksels van een groot deel van de transportakten te vinden. Maar voor je met de serie transportakten, die niet direct aansluit op het kadaster, aan de gang kan gaan, is het noodzakelijk de tussenliggende periode te overbruggen. Zo zijn in de jaren 1811-1832, toen het Franse rechtssysteem gold en particuliere koopovereenkomsten wél voldoende rechtsgrond vormden, geen transportakten opgesteld. Hier biedt voor Den Haag het archief van de Zetters voor de Grond- en Personele Belasting, waarin eigendomsoverdrachten gevonden kunnen worden, een goede bron.Taak van de Zetters was de hoogte van de aanslag op onroerend goed te bepalen.

Tijdens onderzoek naar de periode voor 1811 kunnen verschillende problemen ontstaan, bijvoorbeeld bij vererving van een pand – in dat geval werd namelijk geen transportakte opgemaakt – en bij splitsing van percelen of wanneer eigenaren naast elkaar meerdere percelen bezaten. In dat geval is het soms mogelijk via een andere ‘creatieve’ omweg weer op het juiste spoor te komen. Zelf kwam ik ook voor problemen te staan met betrekking tot de Jan Hendrikstraat: ik wist dat er ergens iets niet klopte in de locatie en/of met de vererving, maar waar het hem nu precies in zat kon ik niet vinden. Ik koos voor een creatieve oplossing en ben uiteindelijk naar de betreffende straat toegegaan met als doel de breedte van de huizen in de straat te meten: door per huis, onopvallend, stoeptegels te tellen en de globale maat van ieder huis op die manier te bepalen. Het ging mij te ver om met een meetlat in de straat aan de gang te gaan! Het klinkt bizar, maar het heeft zeker geholpen de puzzelstukjes op de juiste plek te krijgen. Met de door mij gevonden ‘globale’ breedte, de via de kadasterkaart gevonden breedte en de breedte in voeten aangegeven in de registers van het straatgeld van 1664 en 1708 heb ik inzicht gekregen in de juiste locatie van diverse panden. Gelukkig is niet ieder transport zo moeilijk terug te vinden. Het was in de Jan Hendrikstraat niet alleen een kwestie van vererving over enkele generaties, maar bovendien van een splitsing van percelen, waarvan een deel weer werd toegevoegd aan het naastliggende perceel. Eenvoudiger problemen met vererving zijn vaak ook op te lossen door een deel van de genealogie van een familie na te gaan of het notariële archief te raadplegen. Ook het meenemen van de belendende panden in het onderzoek kan een oplossing bieden. Deze oplossing heb ik benut door het grootste deel van de huizen in de straat in mijn onderzoek te betrekken. Wanneer met behulp van de diverse bronnen, waarvan ik er hier maar enkele heb aangehaald, alle eigenaren van heden naar verleden zijn gevonden, dan levert dat de ‘kapstok’ op van het onderzoek.

Bouwfasen

Vervolgens is er een overweldigende hoeveelheid aan bronnen waarin gegevens gevonden kunnen worden om de nog lege ‘kapstok’ vol te hangen met informatie over de bouwgeschiedenis zoals onder andere uit archieven van Bouw- en Woningtoezicht, gemeentebestuur en het kadaster. Bouwtekeningen en kaartmateriaal kunnen bijvoorbeeld een beeld geven van diverse bouwfasen waarin een complex tot stand is gekomen. Verrassend was het in het geval van Jan Hendrikstraat 9 dat uit plattegronden van begin 20e eeuw gedeeltelijk nog de situatie van eeuwen eerder herleid kon worden door vergelijking met de beschrijving van de kamers en de complete inboedel van het betreffende huis in een document uit 1558 opgemaakt na de dood van de toenmalige eigenaar Willem Pieterszoon van der Criep. Het laatstgenoemde document uit het weeskamerarchief gaf naast gegevens over het huis en zijn inboedel ook een schat aan informatie prijs over de betreffende persoon en zijn familie.

Zo ben ik beland bij het derde onderdeel van het onderzoek, de bewoningsgeschiedenis en daarmee samenhangend het gebruik van het pand. Ook hier weer veel bronnen die soms rechtstreeks werden gevonden en soms via een omweg. Een simpele aantekening gevonden in een dossier bij het CBGCentraal Bureau voor Genealogie, Den Haag. over een rouwbord dat zou hangen in de St.Maartenskerk in Tiel bracht me ertoe op een zondagochtend de betreffende kerk te bezoeken, die speciaal voor mij werd geopend. Het rouwbord dat ik daar aantrof overtrof mijn stoutste verwachtingen; het was niet alleen prachtig om te zien, maar een aantal van de namen, eerder gevonden als eigenaar en/of bewoner van het huis in Den Haag trof ik aan tussen ieder van de zestien van naam en wapen voorziene kwartieren. Een prima bron om de structuur van de hele familie te overzien, die gedurende het onderzoek fragmentarisch tot me was gekomen. Een familie met een boeiende geschiedenis die het gevaar met zich meebracht van het gestelde doel – de geschiedenis van het huis in Den Haag – af te dwalen. Maar vanzelfsprekend komen niet alleen dit soort spectaculaire bronnen op je pad. Ook het doorworstelen van belastingregisters, resultaten van volkstellingen, woningregisters, buurtboeken, hereboekjes Boekjes waarin bij overheidsinstanties werkende functionarissen worden vermeld met hun woonadressen (18e eeuw). en niet te vergeten de sinds 1890 uitgegeven jaarboeken van Die Haghe.Zie ook: www.haagsegeschiedenis.nl naast nog veel meer bronnen kunnen óf noodzakelijk zijn om tot de juiste conclusies te komen óf helpen het verhaal completer te maken. Bronnen over meubelmakers en gilden bijvoorbeeld leverden voor de Jan Hendrikstraat de informatie dat de meubelmaker die er woonde en werkte, stoelen maakte voor de paleizen van Koning Lodewijk Napoleon, wat niet bepaald voor iedere meubelmaker was weggelegd.

Rouwbord

Op het moment dat duidelijk werd dat over het huis en de straat veel interessante informatie boven tafel was gekomen, ging de gedachte spelen deze boeiende gegevens ook voor anderen bereikbaar te maken en me niet slechts te beperken tot een intern verslag dat vervolgens in een la zou verdwijnen. Ik ben vervolgens gaan kijken hoe ik een en ander vorm zou kunnen geven en wat voor extra vragen daarvoor nog beantwoord dienden te worden. Met het uiteindelijke schrijven, waarbij de op dat moment gevolgde cursus Tekst en Effect van de Open Universiteit goed van pas kwam, het tussendoor beantwoorden van de steeds weer opkomende vragen, het herschrijven, het zoeken van passende illustraties en zeker niet te vergeten dankzij de vele goede adviezen is uiteindelijk het artikel ontstaan zoals gepubliceerd in het Jaarboek die Haghe 2007. Waar de gevolgde cursussen in het begin dienden om wegwijs te raken in de enorme hoeveelheid aan bronnen die in een archief aanwezig zijn en de manier om daarmee om te gaan, dienden ze later meer als bron van inspiratie om door te gaan ook wanneer onverhoopt eens een doodlopende weg werd ingeslagen. Ik zou dan ook eenieder die interesse heeft een dergelijk historisch onderzoek te gaan doen, maar die de ervaring mist, willen aanraden te informeren of en waar er in de omgeving mogelijkheden zijn voor de eerder genoemde ondersteunende cursussen. Voor mij was het hele traject in ieder geval een zeer boeiend leerproces.

Bookmark and Share

  

Er is 1 reactie
Wilma Siewert - Rothman
February 28, 2009 - 12:30
Onderwerp:

Beste Anneke,
Ik heb je artikel over je onderzoek naar het huis in de Jan Hendrik straat met veel belangstelling gelezen. Het geeft een goed beeld van wat er allemaal op je afkomt. Bijzonder, hoe zo’n rouwbord een bron kan vormen en hoe je dan reeds vastgestelde namen herkent.
Ik ben met de cursus Stedenbouw bezig en dit artikel trok om die reden mijn belangstelling.

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack