Boekenweekgeschenk 2010 wil grote publiek bereiken

Door Leen Moelker

Het geschreven en gedrukte woord lijkt bij de oprukkende beeldcultuur in de verdrukking te komen. Toch is er nog hoop voor de lectuur en literatuur. Het doorslaande succes van de jaarlijkse boekenweek bewijst dat het geschreven woord nog niet heeft afgedaan. Ook voor de literaire prijzenfestivals is er een flinke belangstelling. Literatuur als talig medium van betekenisgeving heeft kennelijk een functie. Dat blijkt ook uit de populariteit van Duel, het boekenweekgeschenk 2010. Is Duel zomaar een aardig verhaal of is het een tekst met bijzondere betekenis?

Aaf Brandt Corstius is met ingang van 29 maart 2010 columniste bij de Volkskrant geworden. Zij schrijft over de dagelijkse dingen die gebeuren, zoals over de consternatie die ontstaan is over de aankondiging van de NOS, dat de slaaptune Gutenacht Freunde gaat verdwijnen. Mensen willen aan de vertrouwde dingen vasthouden in een wereld van deeltjesversnellers, politieke omwentelingen en turbulente veranderingsprocessen. Daarop lijkt de columniste te willen wijzen. De Amerikaanse schrijvers als John Updike en Philip Roth hebben hun romans ook geplaatst in de context van de contemporaine wereldgeschiedenis.John H. Updike, Rabbit-cyclus (1960-1990). Philip M. Roth, America Pastoral (1997). En in hun kielzog zoekt de Nederlandse auteur Joost Zwagerman, de auteur van het boekenweekgeschenk 2010, ook naar een verbinding tussen kunst en samenleving.

Zwagermans Duel is een knap geschreven en interessant verhaal. Ondanks beperkingen zoals een opgelegde maximale omvang van vijfennegentig bladzijden, bevat het toch een complete geschiedenis. Als literator schrijven over beeldende kunst is een waagstuk, maar Zwagerman beheerst deze materie in dit lange korte verhaal uitstekend. Dat is zichtbaar in de feitelijke informatie over de kunstwereld die overal in het boekje te vinden is. Volgens hem zelf vormt een uitgebreide research dan ook de grondslag van deze wonderlijke geschiedenis.Publiekspresentatie in Middelburg op 18 maart 2010. Het procédé met twee prologen en twee epilogen is verrassend. Maar omdat de eerste proloog – en dus dit boek-voor-iedereen – begint met een knetterende vloek, maakt Zwagerman een valse start. Het kan niet de bedoeling zijn geweest daarmee een groep lezers van hem als schrijver en van het lezen te vervreemden.http://www.nd.nl/artikelen/2010/maart/09/-boekenweekboek-moet-met-een-vloek-beginnen-

Jelmer Verhooff is een succesvolle kunstkenner die het tot directeur van het toonaangevende Hollands Museum heeft gebracht. Als het gebouw moet worden gesloten voor een langdurige renovatie organiseert hij een afsluitende tentoonstelling, Duel genaamd. Twintig jonge kunstenaars krijgen eenmalig de vrije hand, waaronder Emma Duiker die hiervoor het schilderij Untitled no.18 (1962) van Mark Rothko kopieert en herinterpreteert. Zij krijgt lovende kritieken maar het grote publiek is minder geïnteresseerd in haar werk. De restaurator van het Hollands Museum, Olde Husink, ontdekt acht maanden nadien dat het originele werk van Rothko is verdwenen en dat het museum slechts een bedrieglijk echte kopie in bezit heeft. Emma Duiker blijkt de werken te hebben verwisseld. Zij heeft Untitled no. 18 op tournee gestuurd langs Europese instellingen als scholen en gevangenissen. Zo wil zij de gewone mens buiten het museum in een performance van een groot kunstwerk laten genieten. Verhooff en Olde Husink ontdekken waar het schilderij zich bevindt en zetten een privé actie op touw om het terug te halen. Hierin slagen ze wel maar als het werk daarbij beschadigd raakt, besluiten ze in het geheim tot een langdurige restauratie in eigen beheer. Als de renovatie van het museumgebouw het eindstadium nadert, valt het doek voor Verhooff als directeur. Een jonge Française volgt hem op. Tijdens de openingsreceptie blijkt het MOMA New York, Untitled no.18 in bruikleen te willen……

Duel is een novelle met drie personages in de hoofdrol. De omvang is voorgeschreven en beslaat vijfennegentig bladzijden (11x19cm). Het verhaal is ingedeeld in twee prologen waarvan de tweede in cursief gezet is, 12 hoofdstukken, en twee epilogen waarvan de eerste in cursief staat. Het verhaal speelt zich af in Amsterdam gedurende de eerste jaren van de 21ste eeuw. We volgen het wedervaren van een museumdirecteur in een kunstenaarsmilieu. Het is een traditionele omgeving waarin beeldende kunst alleen binnen de muren van een museum wordt gewaardeerd. Maar daar werkt een kracht tegenin, de conceptuele kunstbeschouwing. Dat is als verschijnsel traditioneel, maar uniek door de tegendraadsheid ervan. De vertelsituatie kent een algemene verteller die via de personages focaliseert en gedachtestromen laat opwellen via korte monologues interieur. Het vertelperspectief in de tweede proloog en in de eerste epiloog is het standpunt van een ik-verteller. In eerste aanleg kan het verhaal gemakkelijk vanuit het perspectief van handeling worden begrepen. Maar waar zoals op bladzijde 32 een pleidooi voor veranderd kunstbesef opdoemt, wint het perspectief van bewustzijn aan betekenis. De lezer moet dan zelf betekenis gaan geven aan de verkregen informatie. De schrijver heeft een voorliefde voor een populaire stijl zoals blijkt uit teksten als ‘krijg de ram bam’ en ‘ een Marokkaan met een hoeveelheid gel in het haar van minstens tien zaadlozingen…’ De vergelijking als stijlfiguur komt veelvuldig voor in de tekst en dat bevordert de leesbaarheid en aantrekkelijkheid. Het verhaal krijgt dynamiek door de variatie in de tijdslijnen van vertelde tijd en verteltijd. Soms door ellipsen zoals na hoofdstuk 12, soms door (te grote) vertragingen zoals bij de gebeurtenissen in Slovenië.

“Wij geven als museum verder geen ruchtbaarheid aan de verdwijning” is een zin die karakteristiek is voor de sfeer van het boek. Een man uit de aanzienlijke maatschappelijke klasse verzwijgt en verdoezelt de waarheid. Net als met Theo Altena, leraar klassieke talen in De Buitenvrouw, laat Zwagerman met Verhooff de geschiedenis kenmerken door listen en schijnwaarheden. Daardoor ontstaat een spannend verhaal, want de lezer kent de waarheid en denkt er het zijne of hare van. De intertekstualiteit tussen het verhaal en de werkelijkheid is moeiteloos op te sporen. Zoals in de vergelijking met de - moeilijke - situatie van het Stedelijk Museum in Amsterdam (Gijs van Tuyl in 2009 vertrokken). Maar ook de relaties met de overige Nederlandse musea zijn probleemloos te reconstrueren. Zelfs de catastrofale uithaal van Verhooff heeft zijn precedent in de kunstgeschiedenis bij het Wynn-incident in 2006, toen door een elleboogstoot het schilderij Le Rêve van Pablo Picasso werd beschadigd. http://en.wikipedia.org/wiki/Le_R%C3%AAve_(painting) Ook is de persoonlijke voorkeur van het personage Verhooff voor de kunsttheorie van Bernard Shorto, te verbinden met die van de auteur voor de filosofie van Arthur Danto.http://en.wikipedia.org/wiki/Arthur_Danto Diens kunstbegrip in “There’s no special way works of art has to be” sluit aan bij wat Zwagermans personage Emma aan ideeën uitdraagt. Hoewel het schilderij Untitled No.18 (1962) niet bestaat, verraadt de minutieuze beschrijving ervan, een gedegen kennis van Rothko’s schilderijen. Untitled No.18 (1963) bestaat namelijk wel. Het kan zijn dat lezers de rol van Jelmer Verhooff niet realistisch vinden. Het tegendeel is waar. Enige tijd geleden was het Metropolitan Museum in New York actief betrokken bij de handel in archeologisch materiaal dat crimineel opgegraven was.http://www.archaeology.org/online/features/italytrial/ Samengevat blijkt dus dat Zwagerman rijkelijk heeft geput uit de dagelijkse werkelijkheid om zijn boekenweekgeschenk te kunnen schrijven.

De filosoof Gadamer heeft ooit geopperd dat een kunstwerk pas een kunstwerk wordt als het wordt waargenomen. De novelle Duel lezen zou dan gelijk staan met de creatie van een literair kunstwerk. Op een bijeenkomst in Middelburg wees Zwagerman misschien daarom op de personages Verhooff en Emma die de personificatie zouden kunnen zijn van de traditionele kunst en de avant-garde. Maar hoewel ze ‘duelleren’ met elkaar bestaat tussen hen toch een symbiotische relatie. Traditie kan niet zonder vernieuwing. De avant-garde niet zonder de canon. En kan Emma niet óók staan voor de strijd om de erkenning als kunstenaar en als mens? Daarnaast laat Verhooff, een vertegenwoordiger van het establishment, de lezer, de vluchtigheid van de roem ervaren. Ten slotte is daar dat merkwaardige duo aan prologen en epilogen. Wat hebben die te betekenen? De twee prologen (de tweede is in cursief gezet)staan in medias res. Ze geven voldoende informatie om met belangstelling naar het vervolg van het verhaal uit te zien. Het valt op dat de auteur de lezers stuurt, als hij hen opdraagt déze tekst als proloog te zien. Twee epilogen – en hiervan staat de éérste in cursief – sluiten het boek af. En ook hier de dwingende hand van de auteur, die de échte epiloog aanwijst. Dit spel met prologen en epilogen kan beleefd worden als gewoon maar een spel met verhaalstructuren. Want daarin is sprake van een omkering in vertelinstantie en cursivering. Het einde lijkt op het begin maar is toch anders. Maar de lezer kan er ook een metafoor in zien voor de geschiedenis die zich herhaalt en vernieuwt. En dit proces voltrekt zich - volgens Nietzsches filosofie van de Ewige Wiederkehr - niet als een doodse herhaling van steeds hetzelfde maar via de creatieve spiraal die zich losmaakt uit een oneindige reeks unieke gebeurtenissen. Alles verandert. Ook in de literatuur.

De vraag was of Duel slechts een realistisch verhaal is of een boek met meer betekenislagen. We hebben gezien dat dit kleine boek veel interpretatiemogelijkheden biedt en dus voor lezers meer kan betekenen dan een spannend verhaal. In 2009 zijn in totaal 45 miljoen papieren boeken verkocht.Provinciale Zeeuwse Courant (8 april 2010). Het als boek zeker geslaagde Duel zal er toe bijdragen dat ook in 2010 weer veel boeken zullen worden verhandeld. Het boekenweekgeschenk 2010 is terecht onder de aandacht van het grote publiek gebracht door een uitgekiende marketingmix. Daarin paste het product (spannend verhaal) goed bij de prijs (gratis). En een grootschalige promotiecampagne ( televisie programma’s, NS vervoerde op 14 maart 210.000 Duellezers) sloot prima aan bij de verdienstelijke kwaliteiten van een sympathieke auteur. Het had nóg beter gekund als de blasfemie uit het boek was weggelaten.

Achtergrond informatie
Joost Zwagerman is op 18 november 1963 geboren. Hij groeide op in Alkmaar in een katholiek onderwijzersgezin. De auteur doorliep de pedagogische academie en studeerde enige tijd Nederlands aan de UVA . Zwagerman is gehuwd met Ariëlle Veerman (kunstrestaurator van beroep) en zij hebben drie kinderen. Met de debuutroman De Houdgreep (1986) begon Zwagermans carrière als schrijver, dichter, columnist, essayist, theatermaker en presentator. Zwagerman ontpopte zich als een alleskunner en dat leverde hem in 2008 de ‘Gouden Ganzeveer’ op. Dat is de jaarlijkse prijs voor schrijvers met grote verdiensten voor de betekenis van het geschreven woord.http://www.goudenganzenveer.nl/index.html Joost Zwagerman heeft dan ook een fraaie reeks publicaties op zijn naam staan. Hij is een liefhebber van het korte verhaal, wat blijkt uit zijn bloemlezing De Nederlandse en Vlaamse literatuur van 1880 tot heden in 250 verhalen (2005). Naast Duel gingen de romans als Gimmick!(1989), Vals Licht (1991) en De buitenvrouw (1994) vlot over de toonbank. Verder verschenen onder andere Chaos en Rumoer (1997), Het jongenmeisje (1998) en Zes sterren (2002). Daarnaast schreef hij vijf bundels gedichten, respectievelijk Langs de doofpot (1987), De ziekte van jij (1988), Bekentenissen van een pseudomaan (2001), Roeshoofd hemelt (2007) en Beeld verplaatst (2010). Essaybundels als Collega’s van God (1993), Hitler in de Polder ( 2009) reflecteerden gebeurtenissen in de Nederlandse samenleving. Het oeuvre van Zwagerman draagt het kenmerk van een bevlogen en geëngageerd schrijver. Die kwalificatie komt goed tot uitdrukking in de waardering voor zijn werk vanuit de samenleving. Naast de bovengenoemde ‘Gouden Ganzenveer’, ontving hij een nominatie van de AKO-literatuurprijs 1991 voor Vals Licht. Dat boek is door Theo van Gogh verfilmd. De Paul Snoek Poëzieprijs 2007 werd hem in dat jaar toegekend voor de bundel Roeshaar hemelt. De essaybundel Transito bereikte in 2007 de shortlist van de AKO-literatuurprijs. Dat Zwagerman het boekenweekgeschenk 2010 op uitnodiging heeft kunnen mogen schrijven is eveneens een grote verdienste.http://www.joostzwagerman.nl/web/home.htm

  • Titel : Duel
  • Auteur : Joost Zwagerman.
  • Uitgever : Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse boek (CPNB).
  • Oplage : 958.000 exemplaren.
  • Uitgave : Boekenweek geschenk 2010.
  • Boekenweek: 10 maart- 20 maart 2010.
  • Productie : Arbeiderspers Amsterdam/Antwerpen.
  • Prijs : Gratis bij besteding van € 12,50 aan boeken in de boekenweek 2010.
  • 14 maart 2010 fungeert dit boek als gratis treinkaartje

Bookmark and Share

Leen Moelker volgt het bachelorprogramma Algemene Cultuurwetenschappen. In aansluiting daarop houdt hij zich bezig met de locale Zeeuwse cultuurgeschiedenis. Ook oriënteert hij zich vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt op museale kunstcollecties en architectuur in de wereld.

  

Er zijn nog geen reacties

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack