Monique van Heist experimenteert met museumcollectie
Door Leen Moelker
Door de eeuwen heen en wereldwijd heeft kleding ‘de man gemaakt.’ Een voorbeeld hiervan is te vinden bij Rembrandt, die zichzelf portretteerde als zeventiende-eeuwer in dure 16-eeuwse kledij.Rembrandt van Rijn, Zelfportret op 34-jarige leeftijd,1640, olieverf op doek, 102 x 80 cm, (National Gallery, Londen) inv.nr 672. Mode is van alle tijden en inmiddels een geliefd thema in museale tentoonstellingen. Dat blijkt uit de lopende expositie van het Zeeuws Museum, waarin vroegere en moderne mode worden gecombineerd. Wat is er te zien? Hoe werken traditie en vernieuwing hier samen? Welke betekenis heeft het project voor de exposanten en de bezoekers?
Onlangs verscheen Michelle Obama bij een operavoorstelling in een creatie van Junya Watanabe. Deze Japanse ontwerper staat erom bekend dat hij niet één stijl hanteert maar met elke nieuwe collectie experimenteert. Net als zijn landgenoten dat deden vanaf 1980, deconstrueert hij de westerse modelijn door het functionele van kleding decoratief, en het decoratieve functioneel te maken.Jan Brand, José Teunissen, red., Global fashion, local tradition, over de globalisering van de mode (Warnsveld 2005) 15. Moderne mode heeft geen basis in vaste principes zoals streekdracht dat wel heeft. Mode moet worden uitgelegd, moet worden overgedragen door middel van communicatie. Waar tot voor kort de modesalon het belangrijkste platform was van waaruit de wereld werd geïnformeerd over de nieuwste mode, nemen sinds 1990 mondiaal de moderne Fashion Weeks deze positie in. Een belangrijke voortrekker daarin was Singapore. Maar vanaf 2004 wil ook de Amsterdam International Fashion Week modeontwerpers positioneren. Dat is in elk geval gelukt met de modeontwerper Monique van Heist die direct al tijdens de eerste Fashion Week in Amsterdam een grote indruk op het publiek maakte.José Teunissen, red., Mode in Nederland, (Arnhem 2006) 84. En de streekdracht? Over deze praktisch verdwenen manier om zich te kleden is vooral in streekmusea informatie beschikbaar. Communicatie daarover naar het publiek gebeurt door middel van tentoonstellingen.http://www.vvvzeeland.nl/nl/pzd/detail/82735/tentoonstelling-klederdrachten-uit-heel-nederland.html 1.6.2010. Maar, de klederdracht is niet uit het beeld verdwenen (Fig. 2-appendix). Lidewij Corstiaans, Bescheiden Parade, spencer, tapijtwol, satijn, zijde glas, met afbeelding van de kerk van Veere, gebaseerd op de streekdracht van de vissers uit Arnemuiden. In beheer bij het Zeeuws Museum Streekdracht is juist geen mode maar traditie. Meer dan ooit zijn locale identiteiten populair omdat in een globaliserende wereldsamenleving juist de eigenheid van de regio onder druk staat. Modetalent Monique van Heist heeft op verzoek van het Zeeuws Museum de museumcollectie (mode) van het Zeeuws Museum onderzocht op de mogelijkheid van nieuwe betekenissen en perspectieven.
Lidewij Corstiaans, Bescheiden Parade, 2008, spencer, wol, satijn, zijde, glas. Geïnspireerd door spencers van vissers uit Arnemuiden. (Collectie Zeeuws Museum).
Foto: Ada Markusse, 11 juni 2010
In drie zalen krijgen bezoekers de resultaten gepresenteerd van Van Heists vergelijkend collectieonderzoek. In zaal I staan onderdelen van het museumbezit aan ‘boerengoed’ of klederdracht en objecten uit de verzameling van het Koninklijk Zeeuws Genootschap (1769) deels in vitrines opgesteld. Onmiddellijk daarnaast bevinden zich de moderne ontwerpen van Monique van Heist. Alle objecten zijn genummerd in tweelingverband zodat de bron (streekdracht en museumcollectie), verwijst naar de moderne variant en omgekeerd. In de zaal is bovendien een beperkte beschrijving van de objecten aanwezig en een korte introducerende muurtekst. Op enkele plaatsen liggen verschillende dekbedovertrekken in libertystof gedrapeerd. In zaal II zijn manshoge kleurenfoto’s te zien van betrokkenen bij de tentoonstelling en het museum. Zij tonen moderne kleding gecombineerd met klederdrachtelementen en accessoires uit de museumcollectie. In een handzaam boekje staan de foto’s afgedrukt en wordt enige informatie over de collecties gegeven. In zaal III is een werkatelier van een modeontwerper opgesteld. Een wand is voorzien van een grote letterkast waarin zich kleine moderne accessoires en objecten uit de verzameling van het museum bevinden. Een opgemaakt bed en nachtkleding bevinden zich voor een witte wand. Op die wand prijken 365 bladreliëfs onder de titel Broche du jour. In een hoek staat een naaimachine opgesteld. Voor het bed ligt een leren hond, geconstrueerd uit patroondelen en genaaid. Op een werktafel zijn schetsen te zien. Op een televisietoestel is doorlopend een korte zwart-wit film te zien van een hond, die in slaap valt en weer wakker wordt. Op de muur is een summiere tekst aangebracht met een verwijzing naar de objecten. In een naastgelegen kleine studio draait een film met opnames van modellen die continue in een auto stappen. De auto raakt nooit vol. We observeren naast de auto ook kleding, accessoires en overige lifestyle producten.Lifestyle vervangt deels onze socio-culturele identiteit die op kenmerken als geloof, stand, etniciteit enz. is gebaseerd. Onze levenshouding, wensen en dromen blijken uit wat we kiezen aan producten. Persoonlijke accessoires maar ook de auto, het huis, en kleding drukken nu ook onze identiteit uit. Samengevat omvat de tentoonstelling een verzameling historische en moderne kledingstukken en accessoires. Modefoto’s en een ingerichte werkruimte van een kledingontwerper vullen dit aan door op het conceptuele en het uitvoeringsniveau bezoekers te confronteren met de praktijk van de fashion designer, geplaatst in een museale omgeving.
Het Zeeuws Museum heeft naast een eigen collectie kunst ook het beheer over meer dan 22.000 objecten van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen (1769).Zie recensie in E-zine september 2007, www.cultuurwetenschappen.org Elke tentoonstelling van het museum wortelt in die collecties. Daardoor wordt de regionale identiteit benadrukt. Maar dat is eenvoudiger gezegd dan gedaan. Want wat zijn die locale kenmerken? Over welke traditie van welke samenleving gaat het bij tentoonstellingen? Met andere woorden, welke betekenis heeft het museum voor de locale bevolking? In welke verhouding staat de collectie met de nationale en internationale identiteit? Het zijn vragen die horen bij elk museum maar zeker bij een provinciaal instituut als het Zeeuws Museum. Zo herinnert de permanente tentoonstelling van de Zeeuwse wandtapijten en de verzameling curiosa uit de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie aan de betekenis van Zeeland in het politieke krachtenveld van de zeventiende eeuw. Maar ook een tijdelijke expositie als Lievelingen is moeiteloos te verbinden met de letterlijk rijke historie en het heldhaftig verleden van Zeeland. Toch is nostalgie alleen geen goede basis voor het bestaan van een regionaal museum. Vandaar dat sinds 2007 het Zeeuws Museum moderne kunstenaars als Monique van Heist in het geweer brengt om nieuwe perspectieven op de aloude collectie te openen.Christie Arends, Tentoonstellingscatalogus ModeMetMonique (Amsterdam 2010)mmm.05 ModeMetMonique is geen gemakkelijk toegankelijk concept. Wie onvoorbereid de museumzalen betreedt, moet aan de slag. Want er blijkt weinig uitgelegd te worden. In de overvolle vitrines in zaal I lijken de objecten elkaar te verdringen. Gelukkig hebben alle museale stukken en de daarmee corresponderende ontwerpen van Van Heist een naar elkaar verwijzend nummer. Een paar voorbeelden: Een zeester uit de museumcollectie heeft zijn pendant in een modern stervormig gesneden jurk. (fig.1) Een koker met zeilnaaigerei aan een halsbandje laat zich verbinden met accessoires als een viltstift aan een halssnoer van Van Heist. (fig 2a en 2b)
Monique van Heist, Sterrenjurk, 2008, crêpe dechine, huidkleurig, één maat. Hellofashion nummer 09.
Foto: Ada Markusse, 11 juni 2010.
Monique van Heist, Eddy, 2007, halssnoer sterling zilver 925/1000, markeerstift sterling zilver, 925/1000. Hellofashion nummer 17,
Foto: Ada Markusse, 11 juni 2010.
Naaigerei voor zeilen, 19e eeuw, leer, metaal, hoorn, (Collectie Zeeuws Museum)
Foto: Ada Markusse, 11 juni 2010.
De functiewisseling tussen gebruiksvoorwerpen enerzijds en opsmuk anderzijds uit de klederdracht is dus ook in moderne creaties terug te vinden. Traditie en vernieuwing volgen elkaar hier dus duidelijk op, zij het met verschil. Het is aan de beschouwer hieraan betekenis te geven. Maar voor een beetje interpretatie is wel enige kennis nodig van mode, klederdrachten, soorten stoffen en materialen. Pas dan ontdek je waar en hoe bijvoorbeeld de speelse tournures Tournure of queue de Paris is oorspronkelijk een opvulling van gaas onder een gedrapeerde rok. Neerhangend aan de achterzijde vanaf het middel. Verwant aan de sleep. Kwam ook in de streekdracht voor. (Fig. 3) uit de vroegere mode terugkeren in het moderne concept. Het geheel samenvattend is in deze zaal een presentatie van enkele tientallen bestaande ontwerpen van Van Heist te zien. Maar dan wel samengebracht en vergeleken met onderdelen uit de museumcollectie. In deze museumzaal worden geen complete ensembles klederdrachten getoond, noch een complete moderne modecollectie. Het is dat aspect waardoor sommige bezoekers teleurgesteld kunnen zijn. Toch worden bezoekers actief bij de betekenisproductie betrokken doordat zij al kijkend kunnen oordelen over authenticiteit en moderniteit, over traditie en vernieuwing. Echter, zoals eerder beweerd, hiervoor is wel enige kennis van de klassieke en moderne kleed- en leefstijlen nodig. In Tweehonderd jaar mode- en kostuumgeschiedenis aansluitend bij deze analyse, is een resumé van de mode- en kostuumgeschiedenis opgenomen.
Monique van Heist, Half ruffled skirt, 2009, grof geweven zijde en jute, Hellofashion nr.44.
Foto:Ada Markusse 11 juni 2010.
Detail van foto Daan Brand, Mereyem Ertem.
De tweede zaal bevat de in foto’s vastgelegde representatie van modecreaties die elementen van de Zeeuwse historische kleding en attributen bevatten samengevoegd met door Van Heist ontworpen kledingstukken en accessoires. Een opvallend detail is dat voor de presentatie geen modepoppen zijn gebruikt. Die rol bij de voordracht was deze keer weg gelegd voor het museum personeel en betrokkenen bij de tentoonstelling. Met enige fantasie is daarin de traditie te herkennen. Voor dat William Worth in 1850 in Parijs voor het eerst met levende modellen de haute couture lanceerde, waren poppen en prenten de gangbare hulpbronnen bij het presenteren van een collectie. Monique van Heist heeft humor wat blijkt uit haar ‘verborgen’ aanwezigheid op enkele foto’s. Verder toont zij verschillende van haar modellen in zogenaamde ‘don summers’ in combinatie met streekdrachtelementen. ‘Don summers’ zijn blouseachtige blazers gemaakt van verschillende stoffen zoals zijde, katoen of libertystof.Liberty stoffen zijn gemaakt van dicht geweven katoen, voor alle doeleinden geschikt en populair om de soepele verwerking ervan en de fleurige bloemenmotieven. Arthur Lasenby Liberty (1843-1917) bracht deze in 1880 op de markt. Hij wordt gezien als de motor achter de Art Nouveau stijl (Style Liberty). Met deze presentatie is voldaan aan de vraag van het museum om op een creatieve wijze de bestaande museumcollectie te benaderen. De modellen tonen de creativiteit van Van Heist in de wijze waarop en de vindingrijkheid waarmee historische relicten met moderne zijn verbonden. Bezoekers krijgen zo bepaalde elementen uit de Zeeuwse modetraditie op een verrassende manier uitgelicht. Maar ook hier geldt dat de ontwerpen zich niet zo maar laten duiden. Stoffen, snit, functie en gebruik van vroegere en nieuwe kleding en accessoires kunnen alleen door voldoende oriëntatie vooraf hun rol bij de betekenisproductie goed vervullen. Daarvoor is de informatie in de zaal te summier.
In de derde zaal is het hoofdthema ‘conceptie’ uitgedragen door een ingericht werkatelier van een modeontwerper. Op een van de wanden is een sterk uitvergrote foto aangebracht van Van Heists atelier in Rotterdam. De hierboven al gememoreerde uitstalkast met anorganische museumstukken tegen een andere wand heeft naast een decoratieve functie ook duidelijk als functie om te verwijzen naar het belang van bewaren.
Monique van Heist is een modeontwerper die werkt vanuit de filosofie dat een collectie die eenmaal bestaat, nooit meer verdwijnt.Een soortgelijke benadering treffen we aan bij Erik Verdonck en bij John Galliano Haar HELLOFASHION is daarvan een voorbeeld. Door de museumcollectie grondig te bestuderen werd het voor haar mogelijk succesvol bijpassende HELLOFASHION-pendanten te vinden. De derde witte wand is de achtergrond voor een kunstzinnige collectie van 365 bladeren uit de hele wereld, Broche du jour genaamd. Het doet denken aan de Hibiscus rosa-sinensis die maar een dag bloeit. Het getal 365 zal ook te maken hebben met het aantal dagen in een jaar? Dit artistieke organische element kan erop wijzen dat mode en kunst samenhangen. Hier wordt niet zomaar een modeatelier voorgesteld maar een plaats waar mode tot kunst wordt zoals in een andere zaal de kunstfotografie over mode gaat. Een opgemaakt eenpersoonsbed maakt van het atelier een intieme ruimte. Van Heist presenteert hier haar nieuwe bedmode (dekbed en nachtkleding van satijnzachte libertystof met gele bloemmotieven) onder de naam HELLOBEDROOM. Op de televisie zien we een hondje in slaap vallen en weer wakker worden. Dat versterkt de slaapkamersfeer. evenals een object in de vorm van een slapende hond. Deze leren hond is uit patroondelen geconstrueerd en genaaid. Hiermee laat Van Heist een ander aspect van mode ontwerpen zien. Evenals de hier boven genoemde Junya Watanabe deed, zet zij een object met twee dimensies (een lap leer) om tot een driedimensionale vorm (een hond).Jan Brand, José Teunissen, red., Global fashion, local tradition, over de globalisering van de mode (Warnsveld 2005) 126.
De doorlopende film in de zijzaal (met een auto die nooit vol raakt) is te associëren met de collectie van Monique van Heist, HELLOFASHION genaamd. Ook die kan oneindig uitdijen.
Samenvattend is het Zeeuws Museum erin geslaagd om op een eigentijdse manier aandacht te vragen voor de historische collectie van het museum. Dit beleid is ingezet in 2007 met de keus voor Erik Verdonck en kreeg een vervolg door een samenwerking met de groep Superflex en Monique van Heist. Zij treedt even op als een trait-d’union tussen streekdracht en de hedendaagse mode. Enerzijds grijpt het thema aan bij de regionale mode- en kostuumgeschiedenis waarover juist het Zeeuws Museum veel kan vertellen. Anderzijds is de keus voor Monique van Heist als medeconservator interessant, omdat zij een historische collectie creatief onder de aandacht kan brengen. Van Heists benadering van het verzamelen – alle aanwinsten en creaties blijven in de collectie als gebruiksklare mode – past volgens directeur Marjan Ruiter, tijdens de opening van de tentoonstelling, goed bij die van het Zeeuws Museum. Een museum bouwt ook aan een collectie en dankt nooit iets af.
Monique van Heist
Monique van Heist werd geboren op 11 mei 1972 in Haarsteeg. Na het VWO behaalde zij in 2004 een mastertitel (Master Fashion Design) aan Fashion Institute Arnhem. Dit instituut levert studenten af die in hoge mate conceptueel en onafhankelijk denken.José Teunissen, red., Mode in Nederland, (Arnhem 2006) 112. Kortom, eigenzinnige modeontwerpers zoals Monique van Heist.
In 2008 won zij voor haar collectie HELLOFASHION de Mercedes Benz Dutch Fashion Award 2008 (€25.000,-). Het is de prijs voor de beste designer, van wie men internationale doorbraak verwacht.http://www.dutchfashionawards.com/event2008 11.6.2010. Zij won ook de Dutch Fashion Incubator Award 2008 (faciliteiten bij publiekspresentaties) en de Dutch Fashion Award 2008 (€ 5000,-) om te investeren in de ontwikkeling van accessoire producten.
De tentoonstelling ModeMetMonique is Van Heists eerste solotentoonstelling. Als ontwerper heeft zij de hierboven genoemde eigenzinnige aanpak van een voortdurend uitdijende collectie ontwikkeld. Hiermee wijkt zij af van het gangbare seizoenspatroon in de modewereld dat immers tweemaal per jaar nieuwe mode lanceert. Een voorbeeld van dat laatste is te vinden bij Van Heists tijdgenoot, de Turks-Cypriotische ontwerper Hussein Chalayan, die seizoensmatig de Turkse klederdracht als idee achter zijn creaties gebruikt.Jan Brand, José Teunissen, red., Global fashion, local tradition, over de globalisering van de mode (Warnsveld 2005) 108.
Samenvatting en Conclusies
De vraag was hoe in de tentoonstelling ModeMetMonique traditie en vernieuwing samenwerken. We hebben gezien dat hierin het verleden is vertegenwoordigd door attributen uit de historische collectie van het Zeeuws Museum. Ook hebben we vastgesteld dat Monique van Heist als jonge modeontwerper parallellen heeft gezocht tussen ideeën achter die museale collectie en haar eigen HELLOFASHION. De expositie als resultaat daarvan draagt dan ook het kenmerk van een zoektocht naar overeenkomsten en mogelijke functies van de old fashion bij de creatie van new fashion.
De bescheiden opzet staat geen uitgebreide presentatie van de mode of streekdracht toe. Vooral in zaal II worden bezoekers geactiveerd bij het betekenisproces. (als een bezoeker alleen maar kijkt is er al sprake van betekenisgeving) De modellen tonen tegelijk historische kledij uit de verzameling van het museum en hedendaagse ontwerpen. Maar de uitleg is te beperkt, althans voor niet-ingewijden. Daarom is het inlassen van een modeworkshop (19 juni) een goed initiatief. Daardoor konden het werk in het atelier, de stoffen, de kleuren en de ideevorming achter een modecreatie echt aan de orde komen.
De betekenis van deze tentoonstelling zal voor iedereen anders uitpakken. Wie moeite doet om te begrijpen wat de modewereld beweegt of ooit voortgebracht heeft, zal voor die inspanning ruimschoots beloond worden.
- Expositie: ModeMetMonique
- Zeeuws Museum
- Abdijgebouwen, Middelburg
- Telefoon : 0118 -65 30 00
- http://www.zeeuwsmuseum.nl
- Genre : Mode en kostuumgeschiedenis
- Periode : 10/4-24/10 /2010
- Tijden : Di -Zo 11.00-17.00
- Prijzen : € 8,-(volwassenen)
- Extra : Workshop 19/6/2010
- Parallel tentoonstellingen:
- Lievelingen: topstukken uit collectie tot 27 juni 2010
- Zwartvoet indianen v.a. 10/7
- De paden op de lanen in v.a. 10/7
Leen Moelker volgde het bachelorprogramma Algemene Cultuurwetenschappen. In aansluiting daarop houdt hij zich bezig met de locale Zeeuwse cultuurgeschiedenis. Ook oriënteert hij zich vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt op museale kunstcollecties en architectuur in de wereld.

