Boeiend verleden en heden in het Zeeuws Museum
Door Leen Moelker
Soms bezitten lokale musea objecten van uitzonderlijke schoonheid en internationale allure. Het in Middelburg gevestigde en onlangs heropende Zeeuws Museum is daar een goed voorbeeld van. De vraag is, hoe en met welke middelen dit kleine museum toch een grote indruk weet te maken.
Op zaterdag 9 augustus 1817 bezocht koning Willem I de stad Middelburg om het nieuwe havenkanaal te openen. Gezien de afstand tot zijn woonplaats logeerde hij in zijn eigen Prinsenlogement, gelegen binnen het Middelburgse abdijcomplex (1150) in het hart van de stad. Het Prinsenlogement is er nog steeds. Het abdijcomplex huisvest tegenwoordig ook het Zeeuws Museum, de Provinciale burelen en het Roosevelt Study Centre en vormt met de Nieuwe Kerk en de Koorkerk met de abdijtoren de Lange Jan (89,5 m) een gesloten carré rondom het abdijplein. De toegang tot het plein en gebouwen is mogelijk via de Balanspoort (13e eeuw) of de Koorkerkpoort.
Het Begin
Op 10 oktober 1787 opende het Museum Medioburgense haar deuren op initiatief van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen (opgericht in1769). Het presenteerde de inmiddels door leden aan het Genootschap geschonken verzameling curiosa. In de 19e eeuw ging de opbouw van de collectie door. Daarbij volgde het Zeeuwsch Genootschap de tendensen in de samenleving. Zo werden in de 19e eeuw alleen voorwerpen aangenomen die het roemrijke Zeeuwse verleden in beeld brachten. Soms werden ze aangekocht. De huisvesting van het museum moest regelmatig aan de groei van de verzameling worden aangepast. Uiteindelijk koos het Zeeuwsch Genootschap ervoor haar verzameling in bruikleen te geven aan o.a. het Volkenkundig Museum in Breda en aan het mede door haar opgerichte Zeeuws Museum in Middelburg. Daardoor viel de collectie uiteen en ging een samenhangend beheer verloren. Eigen conservatoren moeten hierin nu nog verbetering zien te brengen. Het Zeeuws Museum is sinds 1972 in het kanunniken−verblijf van het abdijcomplex gevestigd en beslaat praktisch de gehele noordelijke vleugel. Geen praktisch gebouw en daarom was de verbouwing noodzakelijk, die in 2000 begon met de planontwikkeling.
Op 5 juni 2007 is het Zeeuws Museum weer voor het publiek opengesteld. Anders dan bijvoorbeeld het Gemeentemuseum in Den Haag of het Groninger Museum, volgt het Zeeuws Museum de gevelindeling van een aanpalend gebouwencomplex. Dit heeft belangrijke consequenties voor de externe identiteit van het museum. Die is daardoor minder onderscheidend als museum. Maar de nieuwe entreepartij annex museumcafé is wel weer een blikvanger.

De Collectie
Verdeeld over drie bouwlagen, die te bereiken zijn via een centraal trappenhuis, vinden bezoekers de collectie in de authentieke verblijven van de kanunniken opgesteld. De collectie is ingedeeld volgens de drieslag Mode (niveau 1), Geschiedenis (niveau 2) en Wonderkamers (niveau 3). De directeur van het museum, Valentijn Byvanck, zegt daarover: —Het gaat meer om schoonheid en associatie en minder om kennis en geschiedenis.”
1. Mode
Klederdracht is geschiedenis geworden in Zeeland. In twee zalen toont het museum hoe oude en nieuwe mode met elkaar verbonden kunnen worden. Niet alleen zijn er Walcherse, Axelse of Thoolse sluiermutsen te bewonderen, of hemden uit 1775. De modeacademie Artemis ontwierp hedendaagse kleding gebaseerd op de streekdracht. Stone Twins creëerde de modelabels ZL Made in Zeeland en ZL Inspired by Zeeland. De film Going Local toont een bijpassende modeshow.
In een nis verderop draait de film van Paul en Menno de Nooijer: Stripshow 1850. Een ludieke presentatie over de onderdelen van de streekdracht in Walcheren. Het is de opmaat naar het bekijken van een schilderij van Jan Toorop (1858−1928).
Het is het kunstwerk Gebed voor de maaltijd. We zien hoe de familie Louwerse, een boer, boerin en dochter, is gebed zijn verzonken.

Toorop heeft de pointillistische stijl gebruikt om aan dit devote tafereeltje uitdrukking te geven. Hij deed dit dus door middel van de primaire kleuren (rood, blauw, geel) en hun complementaire kleuren (blauwgroen, oranjegeel, roodpaars). Het lijkt erop dat de zwart/grijze kleur van Louwerse’s boerenpak door subtractieve (verf)kleurenmenging van twee complementaire kleuren is vervaardigd. Ernst en Gertrud Flersheim uit Frankfurt am Main kochten het werk. Hun kunstverzameling werd echter door het Nazi-regime geconfisceerd, vermoedelijk inclusief Toorops schilderij. In 1981 kwam het Zeeuws Museum in het bezit ervan. In 1999 claimde Walther Eberstadt, een kleinzoon van Flersheim, het eigendom van het werk op grond van nieuwe gerechtelijke uitspraken over de Nederlandse oorlogskunst. Hoewel dit recht verjaard en bovendien hier niet geldig is, heeft het museum de eis toch voorgelegd aan de restitutiecommissie. Uitspraak wordt verwacht in november 2007.
2. Geschiedenis
De geschiedenis van Zeeland krijgt aandacht in de eerste zaal op deze verdieping, en gaat terug tot ver voor het begin van de jaartelling.
We zien er een votiefsteen uit de Romeinse tijd gewijd aan de in Zeeland vereerde godin Nehalennia, vitrines met fossielen uit de prehistorie en potten uit de hellenistische tijd. Een audiovisuele presentatie gaat in op de bijzonderheden. Ook de zaal met 16e eeuwse schilderijen, altaarstukken en vitrines met gebruiksgoederen uit 300 n Chr. is interessant. Bijzonder vind ik de altaarstukken uit 1500/20 afkomstig uit de Maria Magdalenakerk te Goes.
Ze tonen twee taferelen uit de bijbel die beide verwijzen naar de eucharistie, het breken van het brood en drinken van de wijn. Links staat de ontmoeting tussen Abraham en Melchizedek afgebeeld (Genesis 14:17−20). Rechts het moment waarop de Israëlieten in de woestijn brood uit de hemel (manna) ontvangen (Exodus 16:1−19). Achterop een grisaille met vrouwe Ecclesia en een aansporing tot eerbied en liefde: “Diligentia dominum deum…”
Maar ook het drieluik voor Matthijs van de Straaten (1555) van Meester Aegidius is ontroerend. Het toont het menselijk verdriet rondom afscheid nemen. We zien enkele taferelen uit het leven van Maria Magdalena. De voetwassing, het lege graf, het gesprek met de tuinman.
De volgende zaal; zes Zeeuwse wandtapijten vertellen het verhaal van de zeegevechten die de Zeeuwen o.l.v. Willem van Oranje hebben gevoerd tegen Spanje tussen 1572 en 1576. Op 30 juli 1591 viel het besluit om de Slag bij Bergen op Zoom te vereeuwigen in een wandtapijt. Later volgden nog vijf wandtapijten waarvan vier over de strijd bij Fort Rammekens, Lillo, De Haak (noorden van Walcheren) en Zierikzee. Een Wapentapijt sloot de serie af in 1604.

Tapijten werden gebruikt om de kale vertrekken op te sieren. Veel instanties hadden slechts één tapijt. Kwam een hoogheid op bezoek dan werden tapijten gehuurd. Tapijtwevers maakten daartoe zogenaamde ‘kamers’ met een passend motief. Zeeland gebruikte de serie tot 1668 om het Prinsenlogement mee te versieren als de hoogheid op bezoek kwam. Daarna kregen ze een functie als decoratie van de Statenzaal tot ze in 1972 naar het Zeeuws Museum verhuisden. Het Wapentapijt is sterk allegorisch. Het motto van Willem van Oranje, saevis tranquillus in undis (rustig temidden van woelige baren) vormt met een aanvliegende ijsvogel een emblematische reflectie op de gedachte dat trouw beloond wordt. Het ijsvogelmotief is ontleend aan een werk van Hendrick Goltzius. Voor de (Zeeuwse) tapijten waren ontwerpers, patroontekenaars en wevers nodig. Zo maakte de zeeschilder Hendrick Cornelisz. Vroom uit Haarlem ontwerpen voor o.a. Slag bij Rammekens en Jan de Maecht (1598✝) en zijn zonen voerden het weven van de tapijten uit. Jan had de weverij daartoe speciaal in Middelburg gevestigd. Het tapijt Slag bij Bergen op Zoom is geweven door François Spierincx (1550−1614) uit Delft.
Het probleem van kleine musea is dat de eigen collectie vaak beperkt is. Ook het Zeeuws Museum heeft daarom werken in bruikleen van o.a. het Rijksmuseum in Amsterdam en natuurlijk van het Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
De collectie schilderijen bevat o.a. werken van 17e eeuwse meesters (Adriaen van de Venne, Ambrosius Bosschaert, Johannes Goedaert en Adriaen Coorte). Ook kunstwerken van de Domburgse Groep rondom Jan Toorop (Piet Mondriaan, Jacoba van Heemskerck, Charley Toorop). En hedendaags werk van Marinus Boezem en Piet Dieleman. Zoals gebruikelijk was in de 17e eeuw, is één gehele wand met schilderijen bedekt. Een nadeel is dat de bovenste kunstwerken moeilijk te bekijken zijn. Op ooghoogte hangen enkele ‘klassieken’ naast ‘modernen’. Dieleman: “Het Zeeuws Museum moet een plek zijn waar oude en nieuwe cultuur elkaar kunnen ontmoeten in regionale en bovenregionale zin.” De werken concurreren met elkaar waar non-figuratieve kunst naast emblematische is opgesteld. Dat is onder andere het geval met het schilderij Vanitas van Adriaen Coorte dat naast een abstract werk hangt.

Van Adriaen Coorte (1683−1707) is weinig bekend. Zijn schilderij Stilleven met asperges (Ashmolean Museum, Oxford) wordt door Bob Haak als charmant betiteld. Het Middelburgse kunstwerk valt in de traditie van de vanitasstillevens, met de boodschap dat het leven vergankelijk is. De brandende lont, het doodshoofd, het spel kaarten en de gebroken snaar van de lier waarschuwen de beschouwer voor de menselijke vergankelijkheid. De conservator van het Zeeuws Museum ziet in het muziekinstrument een verwijzing naar de vluchtigheid van het leven. Ik denk dat dit misschien nog wel te zwak uitgedrukt is. De vitrinewand in de laatste ruimte op deze verdieping is gevuld met Chinees porselein. De verzameling verwijst naar de activiteiten van de Vereenigde Oost−Indische Compagnie. Ter afwisseling staat ook hier hedendaags keramisch werk tentoongesteld o.a. van de Middelburger Leendert Quist. Een nadere uitleg van enkele porseleinen gebruiksgoederen is te vinden via het computergestuurde informatiedisplay.
3. De Wonderkamers
Letterlijk onder de hanenbalken staan drie enorme ‘verpakkingskisten’ opgesteld. In een soort deuropening hangen bij wijze van afsluiting brede stroken leer. Binnenin staan tegen de wanden genummerde vitrines met rariteiten of verzamelingen curiosa. Deze vorm van presenteren herinnert aan de rariteitenkabinetten uit de 17e eeuw. De drie Wonderkamers zijn gemerkt met WEST, OOST en ZEELAND.
In WEST toont het museum attributen die verwijzen naar de rol van de West−Indische Compagnie (WIC) in de geschiedenis zoals een indianentooi uit Guyana, versteend hout en in het algemeen voorwerpen van het westelijk halfrond. In OOST zijn voorwerpen uitgestald die afkomstig zijn uit Azië en die veelal door betrokkenen bij de Vereenigde Oost−Indische Compagnie (VOC) bijeengebracht zijn, zoals krissen en een situatiekaart van de VOC− vestiging in Taiwan. In ZEELAND worden wetenschappelijke instrumenten, dieren op sterk water, en bijvoorbeeld een ‘schaduwportret’ van prins Willem V getoond. Ook toen wisten kunstenaars kennelijk al door de combinatie van slijptechniek en licht op ingenieuze wijze afbeeldingen te maken.
In vitrine ZEELAND 10 pronkt een exemplaar van de Hollandse verrekijker gemaakt door de uitvinder ervan, de Middelburgse lenzenslijper Zacharias Janse (1580−1633). Het is een metalen koker van 20 cm en 5cmØ, met houten opbergkist. Overigens claimde ook Hans Lipperhey, buurman van Janse en collega-lenzenslijper, de eerste te zijn geweest die een verrekijker maakte.
In ZEELAND is verder een exemplaar van een Egyptische mummie te aanschouwen.

In 1783 schonk Abraham Moens, werkzaam in Batavia, deze mummie aan het Zeeuwsch Genootschap. De herkomst is niet bekend. Inmiddels is hij uitgebreid wetenschappelijk onderzocht, voor het laatst in 2005 met behulp van röntgen. Het betreft een kind van zeven à negen jaar van 120 cm lengte inclusief een verlenging met een extra stel botten van 30 cm. Op de borst is een versiering aangebracht. Het betreft de godin Noet uit de Ptolemeïsche tijd, ca 2300 jaar geleden. De mummie vertelt niet alleen over de grafcultuur uit Egypte, maar vertelt ook het verhaal van de Gouden Eeuw in de Republiek.
Besluit
De vraag was op welke manier het Zeeuws Museum haar regionale functie toch een bovenregionale uitstraling weet te geven. Hierboven is aangetoond dat dit gebeurt door een collectie eigen werk en kunst in bruikleen op een bijzondere manier te presenteren. Audiovisuele hulpmiddelen en moderne modeontwerpen koppelen oud aan nieuw. Het museum schept zo de sfeer waarin zowel geschiedvorsers als trendwatchers zich thuis zullen voelen.
Zeeuws Museum, Abdijplein, Middelburg
Openingstijden:
1.3−1.11 dinsdag t/m zondag 10.00−17.00 uur
1.11−1.3 woensdag t/m zondag 10.00−17.00 uur
Toegangsprijs € 8,− p.p. volwassenen. CJP/Deltapas voor jongeren geldig. Tot 18 jaar gratis.
Collectie: deelverzameling van het Kon. Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.
Geraadpleegde literatuur:
1. Haak, B., Hollandse schilders in de Gouden Eeuw (Milaan 1984).
2. Koninklijk Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen, Zeeland 14.2 Hester van den Donk 64−66
3. Ibidem Zeeland 10.0, J.C. Dekker, C.E.Heyning e.a. (Het Zeeuws genootschap, Erfgoed in beweging)
4. Ibidem Zeeland 16.2, E.J.Weterings 59/60.
5. Linde, van der, Sjaak, De Abdij Middelburg (Middelburg, ongedateerd).
6. Provinciale Zeeuwse Courant, Museumbijlage d.d. 1 juni 2007.
7. Ploos van Amstel, Jhr. G. en Swighem van, C.A. Zes unieke Wandtapijten. Strijd op de Zeeuwse stromen 1572−1576 (Zwolle, ongedateerd).
Fotoverantwoording:
Figuur 1: Provinciale Zeeuwse Courant
d.d. 1 juni 2007.
Figuur 2 : www.zeeuwsmuseum.nl.
d.d. 30 juli 2007.
Figuur 3 : Zes unieke wandtapijten.
Zie hierboven 7.
Figuur 4: www.zeeuwsmuseum.nl
30 juli 2007.
Figuur 5: Zeelandnr.10.0.
Leen Moelker volgde het bachelorprogramma Algemene Cultuurwetenschappen. In aansluiting daarop houdt hij zich bezig met de locale Zeeuwse cultuurgeschiedenis. Ook oriönteert hij zich vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt op museale kunstcollecties en architectuur in de wereld.
Misschien wel leuk om te vertellen ,het schiderij gebed voor de maaltijd dat dit mijn overgroot ouders zijn .
Het meisje in dracht is moe jane .
Met Opa sta ik nog op de foto op de Brouwerij in Domburg .
Deze foto is nog in mijn bezit .
Nu er zo veel media aandacht aan het schilderij word besteed vond ik wel leuk om dit te vemelden .
met vrienden groet Ko de Korte .

