Focus op aantrekkelijk zwart in de kunst

Door Leen Moelker

Op 26 juli 2008 is de tentoonstelling Black is Beautiful, Rubens tot Dumas geopend. De expositie is tot 26 oktober 2008 te zien in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en beslaat meer dan 130 schilderijen en documenten. En er is een introductiefilm. De samenstellers willen een beeld geven van zevenhonderd jaar positieve kijk van kunstenaars en opdrachtgevers op de kleurling als de koning, de slaaf, de page, de dienstknecht enz. De zwarte mens is echt niet alléén als een exotisch object afgebeeld. Is deze opzet geslaagd?

Cultuurwetenschappers dromen er soms van een onderzoeksdomein met een onderwerp te hebben gevonden dat tot nu toe door de wetenschap is genegeerd. En dan ook nog de resultaten van dit onderzoek aan een breed samengesteld publiek te mogen presenteren; dan lijkt het hoogste ideaal bereikt. Maar dromen zijn dromen. Toch geldt dat niet voor Esther Schreuder (1963), gastconservator van de Stichting Producties De Nieuwe Kerk en Hermitage Amsterdam. Zij kreeg het idee de zwarte mens in de kunst te belichten vanuit een nieuw perspectief. Ze greep de kans dat te onderzoeken en te presenteren.

Inhoud en ervaringen
Schreuder en de Nieuwe Kerk etaleren de resultaten van het onderzoek met trots. De zwarte mens blijkt in de westerse beeldende kunst al een rol te spelen sinds de oudheid. Gaandeweg naar de twintigste eeuw emancipeert het beeld van de kleurling van onderworpene naar dat van een vrije mens. Op de tentoonstelling is deze ontwikkeling te volgen aan de hand van tien thema’s in drie secties te weten ‘De Oude Wereld’, ‘De Nieuwe Wereld’, en ‘De Moderne Wereld’. De kunstwerken en documenten liggen of staan verspreid geordend in het ambulatorium, de viering, en in enkele kapellen van het koor in de Nieuwe Kerk.

De belichting laat echter te wensen over. Door spiegeling en reflectie zijn sommige kunstwerken niet goed te zien. Bovendien hangen enkele schilderijen te hoog. Inhoudelijk zijn er wel wat vragen mogelijk over de grondslagen van de expositie. Immers, afbeeldingen van stereotiepe, karikaturale zwarte mensen zijn niet opgenomen. Hierdoor wordt de kijker gestuurd door de vooronderstelling dat de zwarte mens mooi is (Black is beautiful!) en mede daarom op kunstenaars aantrekkingskracht heeft uitgeoefend. In veel gevallen kan dat waar zijn, maar zeker niet in alle. Zoals de zwarte bediende die veelvuldig voorkomt op familieportretten en figureert in een dienende bijrol, maar die hier als de aantrekkelijke zwarte mens wordt voorgesteld. Het gebruikelijke onderdrukkingsmotief is hier vervangen door het bevrijdingsmotief. Het minder fraaie slavernijverhaal is wel opgenomen in de mooie en volledige catalogus. Die vult de tentoonstelling op dat punt dan ook goed aan.

Ik vind de periode van zevenhonderd jaar kunstgeschiedenis nogal ambitieus gekozen. Het zwaartepunt van de expositie ligt in de praktijk duidelijk bij de categorieën Nieuwe en Moderne Wereld. Daar staat tegenover dat het een prettige ervaring is om zowel oude en hedendaagse kunstwerken binnen één thema te kunnen bekijken. Daarover nu iets meer.

De Oude Wereld
De eerste zwarte mensen zijn in het noorden van Europa mogelijk door de Romeinen geïntroduceerd. Keizer Septimius Severus (145-211) was zelf een Noord-Afrikaan. In de middeleeuwen drongen de Moren Zuid-Europa binnen. Vanaf de zevende eeuw waren Moren vooral gemengde zwarte Afrikanen die de islam verbreidden. De naam Moor is afgeleid van Mauri, het Romeinse woord voor zwart en is o.a. aanwezig in namen als Maurits, Mauretanié, Mauritius. Op de tentoonstelling is een miniatuur te zien met het gevecht tussen Karel de Grote en de Moorse prins Feurre

Anoniem, Karel de Grote doodt een Morenprins, 1325-1335

In Europa overheerste lang een negatief beeld van zwarte mensen. Dat veranderde echter door de kruistochten die leerden dat er ook zwarte christenen zijn, vooral Ethiopiërs. In de westerse kunst werden vanaf die tijd bepaalde bijbelse figuren als zwarte mens voorgesteld, vooral in manuscripten en getijdenboeken, dat zijn kleine rijk geïllustreerde gebedenboeken. Rond 1450 werd de‘ zwarte koning’ populair als symbool van onder anderen verre landen en rijkdom. De Doop van de Kamerling ( Handelingen 8:26-40) werd een groot thema in de zeventiende eeuw omdat deze veronderstelde zwarte kamerheer van de koningin van Nubië zich tot het christendom had bekeerd. De schilders Abraham Bloemaert (1601-1672) en Herman van Swanevelt (1630-1655) hebben dit verhaal uitgebeeld zoals op de tentoonstelling is te zien. Het schilderen van zwarte mensen werd dus een nieuw thema en vooral verbonden met de religie. Een prachtig voorbeeld hiervan is het schilderen van (zwarte) Sibillen. Wie in de Sixtijnse kapel in Rome is geweest, die herinnert zich zeker de sibillen van Michelangelo. In de Nieuwe Kerk is een indrukwekkende Agrippische Sibille te zien die als heidense profetes uit de oudheid de komst van Christus aankondigt.

Jan van den Hoecke, Egyptische of Agrippische Sibille ca 1630

Zij heeft een lint in handen met de tekst ‘SICCABITUR UT FOLIUM’ wat betekent: ‘Hij zal verschrompelen als een blaadje’, een verwijzing naar de dood van Christus.

De belangstelling voor aantrekkelijk zwart in de kunst verliep echter parallel met de belangstelling voor de zwarte slavenhandel. De catalogus vertelt van Zeeuwse kapers van een Portugees schip die in 1591 met hun boot 130‘ Mooren’ in Middelburg aan land brachten. De kapitein wist hun vrijlating te voorkomen door er ijlings mee naar de slavenmarkt in West-Indië te varen.

De Nieuwe Wereld
Onder de categorie ‘Nieuwe Wereld’ vallen op de tentoonstelling ook de kunstwerken met een etnografische identiteit. Nederland beheerde van 1630-1654 Brazilië als kolonie en ‘leerde’ van de Portugezen slaven te gebruiken bij de suikerproductie. In 1683 verplaatste zich die activiteit naar Suriname en tot 1806??? 1863??? werd die gecombineerd met slavenhandel. Black is Beautiful toont o.a. enkele werken die Johan Maurits van Nassau- Siegen in 1654 heeft geschonken aan koning Frederik III van Denemarken. Het betreft onder anderen de beroemde etnografische portretten van een Afrikaanse man en vrouw die pasten in een serie van elf over de bevolking van Brazilië. Een vrouw staat aan de Braziliaanse kust temidden van inheemse flora in een outfit van het Afrikaanse Bakongovolk uit Kongo en Angola.

Albert Eckhout, Afrikaanse vrouw, 1641

Haar kind heeft nog de lichtbruine kleur. Frederik III verzamelde etnografica uit alle werelddelen. Uit Groenland werden hem door onbegrip over de inhoud van de term zelfs een hele familie Groenlanders toegezonden…. Vorstelijke verzamelingen kenden een bloeiperiode vanaf de zestiende eeuw. Kunstenaars als Rubens speelden daarop in. Op de tentoonstelling is Rubens schilderij Studie van een zwarte Afrikaanse man met Tulband (1609) aanwezig. In 1863 werd in Nederland officieel de slavernij afgeschaft in het kielzog van een breed opkomend verzet tegen misbruik van zwarte mensen als slaven. Gaandeweg de negentiende eeuw kreeg men in Nederland belangstelling voor het reilen en zeilen van de mensen uit Suriname. In 1883 werden ze op de Koloniale Tentoonstelling fysiek getoond. Maar ook in de kunst ging men ertoe over om gerichte aandacht aan de zwarte mens te besteden. We kunnen dat op de tentoonstelling zien aan de hand van enkele werken van Breitner en Israëls. Een heel mooi voorbeeld is afkomstig van Simon Maris (1873-1935), ook in de Nieuwe Kerk aanwezig.

Simon Maris, Negerinnetje of  jonge vrouw met hoed

De Moderne Wereld
Omstreeks 1920 is er in de beeldende kunst een groot aantal initiatieven gericht op vernieuwing. In het fauvisme, kubisme en het expressionisme vond een oriëntatie op de Afrikaanse mens plaats. Van de kunstproductie in de twintigste eeuw in relatie tot mooi zwart, treffen bezoekers van Black is Beautiful vele voorbeelden aan. Door de grote politieke veranderingen in die eeuw werd de verhouding blank-zwart in de beeldende kunst grondig gewijzigd. Afrika werd een conglomeraat van zelfstandige staten en bracht zelfstandige, zelfbewuste kunstenaars voort. Direct na de Tweede Wereldoorlog waren de leden van de Cobragroep nog in Afrika geïnteresseerd om het veronderstelde zuivere, ongerepte van het continent. Op de tentoonstelling is het schilderij van Anton Rooskens te zien dat duidelijk de sporen daarvan draagt en een synthese is van het kubisme en primitivisme.

Anton Rooskens, Les gens de soleil, 1945

Anton Rooskens ging in 1954 naar Afrika om de bekoring van de primitieve cultuur te ondergaan, maar keerde teleurgesteld terug. Hij zei toen:“Ik dacht er de magie te vinden, maar trof er alleen toeristische attracties aan. Het was warm en stoffig en de westerse beschaving was al aardig opgerukt.”E.Wingen, Rooskens, (Venlo 1976) 18. Deze episode markeert de overgang naar de periode van roerige politieke omwentelingen in Afrika die ook het kunstlandschap een geheel andere vorm zouden geven. Afrikaanse landen ontwikkelden een eigen kunst- en cultuurpolitiek. Nederland had geen directe banden met Afrika in tegenstelling tot Frankrijk waar de ‘negerkunst’ een belangrijke stroming was in de twintigste eeuw. Door de politieke en culturele bewustwording van de nationale Afrikaanse staten ontstond een interactie tussen Afrikaanse kunstenaars en Europese. Kunstenaars gingen zich op wereldniveau met elkaar verbinden tot diasporakunstenaars. Zij zijn veelal afkomstig uit Afrika maar combineren blanke westerse motieven met elementen van de zwarte mens. Op de tentoonstelling zijn daar voorbeelden van in de werken van Marlene Dumas (Gekleurde tekeningen), Berend Strik (Tissue and lovely blacks) en de Surinaamse Iris Kensmil (Divine words). Erik van Lieshout valt ook (weer) op met zijn naar mijn smaak prachtige schilderij High and Mighty. Anders dan de verhuisdozeninstallatie EMMDM die ook op de tentoonstelling aanwezig is, beschouw ik dit enorme schilderij als een topstuk. Dit is kunst die je zelf zou willen hebben.

Erik van Lieshout, Zonder titel (DJ),2000,

Het stelt een negroïde man voor, een disc jockey die bezig is muziek te laten klinken. Van Lieshout wil graag bij de‘zwarte scene’ horen. Hij bewijst hiermee dat de rollen omgedraaid zijn: waar eerder sprake is van dominantie van de blanken in de kunst, overheerst hier het aspect van de aanpassing. De rauwe, directe, soms confronterende stijl van Van Lieshout neemt in dit schilderij de gedaante aan van eerbied. Letterlijk een mooie afsluiting van deze tentoonstelling.

Analyse
De vraag was of de conservator erin geslaagd is om de positieve kijk van kunstenaars en opdrachtgevers op de kleurling aan te tonen. En het antwoord vind ik niet eenduidig te geven. Op de eerste plaats zijn daar de gevolgen van de inperkingen van het onderzoeksdomein. De afbakening ervan (alleen Noord-Nederlandse situatie, vanaf 1300, geen nieuwe media, geen kunstnijverheid, hoge kwaliteit, geen vooroordelen) leidt onvermijdelijk tot een sturend criterium als de aantrekkelijkheid van de zwarte mens. Ten tweede, wanneer mooi zwart en aantrekkingskracht als een colligatory concept achter de expositie wordt ingezet, bewijst dit nog niet de stelling dat kunstenaars de zwarte mens daarom als model uitkozen. De catalogus noemt de keus voor de zwarte mens als motief slechts een implicatie van de aantrekkingskracht van zwart op blank.

Wat bewijst de tentoonstelling dan wèl? In elk geval dit, dat de westerse beeldende kunst in de onderzochte periode de zwarte mens nooit heeft genegeerd. Kunst en leven gingen samen. En dat de redenen waarom blanken zwarte mensen schilderden verschillen. Zoals Velasquez dat deed om commerciële redenen toen hij zijn slaaf Juan de Pareja schilderde. En Van Lieshout die hierdoor aansluiting zocht bij de zwarte scene.

Op de tentoonstelling is geen plaats ingeruimd voor negatieve beelden van de zwarte mens. Bezoekers ondergaan de werking van een krachtige positieve getuigenis over kunstenaars en opdrachtgevers met hun zwarte modellen. Het is deze attitude die Black is Beautiful een bezoek waard maakt. Sommige bezoekers zullen de invalshoek van aantrekkelijkheid enigszins geforceerd vinden. In dat geval wordt hiervoor compensatie geboden in de vorm van prachtige essays in de catalogus. Vooral door de bijdragen van de eigenzinnige Elisabeth McGrath en Adi Martis werd ik aangenaam getroffen.

Slot
Esther Schreuder is om deze tentoonstelling te prijzen. Dankzij haar kunnen wij in kort bestek veel beeldbepalende en toonaangevende kunstwerken met de zwarte mens als motief bekijken. Het is zeker zo dat we ze binnen het gekozen thema anders en ook beter kunnen plaatsen in dat onmetelijke en veranderlijke veld van de westerse kunstgeschiedenis.

Literatuur:
Bergvelt, Ellinoor, Debora J.Meijers, Mieke Rijnders red., Kabinetten, galerijen en Musea. Het verzamelen en presenteren van naturalia en kunst van 1500 tot heden (Zwolle 2005).
Martis, Adi en Mieke Rijnders, red., Expressionisme en primitivisme in de beeldende kunst van de twintigste eeuw (Heerlen 2001).
Tentoonstellingscatalogus Black is Beautiful Rubens tot Dumas (Zwolle 2008).
www.blackisbeautifulamsterdam.nl

Bookmark and Share

Leen Moelker volgde het bachelorprogramma Algemene Cultuurwetenschappen. In aansluiting daarop houdt hij zich bezig met de locale Zeeuwse cultuurgeschiedenis. Ook oriënteert hij zich vanuit cultuurwetenschappelijk oogpunt op museale kunstcollecties en architectuur in de wereld.

  

Er zijn nog geen reacties

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack