Mitridate, re di Ponte
Door Jean Pierre van der Planken
Een vroege opera van Mozart in de Brusselse Muntschouwburg (oktober 2007)
Koning Mitridate, heerser over Anatolië in de eerste eeuw voor Christus, wantrouwt zijn zonen Sifare en Farnace. Hij vermoedt dat ze hem niet echt steunen in zijn oorlog tegen de Romeinen, die zijn rijk bedreigen. Om zijn zonen te testen laat hij in zijn paleis het bericht verspreiden dat hij gesneuveld is. Bij zijn terugkeer van het slagveld merkt hij inderdaad dat Farnace met de Romeinen heult en bovendien Aspasia, Mitridate’s aanstaande bruid, ten huwelijk heeft gevraagd. Mitridate laat Farnace in de boeien slaan. Hij ontdekt ook dat Aspasia eigenlijk verliefd is op Sifare. Mitridate eist van Aspasia dat ze haar vroegere liefde voor hém bevestigt, wat zij weigert. Net voor hij weer ten oorlog trekt tegen de Romeinen, verplicht hij haar een gifbeker te drinken. Sifare weet haar dat evenwel te beletten, waarna hij samen met zijn vader tegen de Romeinen ten strijde trekt. Farnace wordt inmiddels bevrijd door de Romeinen, maar krijgt wroeging en snelt zijn vader en broer ter hulp op het slagveld. Mitridate wordt dodelijk getroffen - en net voor hij zelfmoord pleegt om uit de handen van zijn Romeinse vijand te blijven, vergeeft hij zijn zonen.

“Viva el maestrino”
Mozart was amper 14 jaar oud toen hij op een avond in maart 1770 in Milaan voor graaf Karl Joseph von Firmian speelde en nog dezelfde avond de opdracht kreeg om voor de Milanese opera Mitridate, re di Ponte te componeren. De première was voorzien voor 26 december van dat jaar. Mozart zou de muziek componeren volgens het libretto dat de Turijn Vittorio Amedeo Cigna-Santi in 1765 had geschreven. De hertog hield daarmee een slag om de arm, want in geval van nood zou de directie van de Milanese opera kunnen teruggrijpen naar de aria’s van Quirino Gasparini, die hetzelfde libretto reeds in 1767 had getoonzet. Voor de jonge Mozart was dit een lastige taak. De Milanese operakenners en de beroemde zangers voor wie de aria’s geschreven moesten worden waren sceptisch. Hoe kon nu een Duitstalig kind, zonder notoire ervaring wat betreft het schrijven van operamuziek, een Italiaanse opera schrijven?
Er werd gesuggereerd om voor de belangrijkste aria’s toch maar de muziek van Gasparini te gebruiken. Maar al bij de eerste repetitie met volledig orkest verminderde de kritiek. De zangers waren heel tevreden. De kleine Mozart had voor hen prachtige bravourestukjes geschreven- en daar was het in de 18de eeuwse Italiaanse opera seria vooral om te doen. Toch diende de componist nog wel een aantal aria’s te herschrijven -voornamelijk voor de tenor, Guglielmo d’Ettore, die de rol van Mitridate zong en die bepaalde passages niet aan bleek te kunnen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom de vijf aria’s van Mitridate zo opvallend kort zijn. Toch behoren de partijen van Mitridate tot de krachtigste aria’s van de opera. Ook voor de castraat die de rol van Farnace zong, moest Mozart een tekstlijn vervangen door een hoornpartij (in Farnace’s eerste aria in het tweede bedrijf). En het enige duet van de opera diende hij wel vier keer te herschrijven.
Op 15 december, twee weken voor de première, schreef Mozart’s vader, die de hele tijd bij zijn zoon was, naar het thuisfront dat de meeste kritiek verstomd was. De première zelf was een groot succes. “Viva el maestrino”, riepen de Milanezen na afloop minutenlang. Een aria moest zelfs herhaald worden, wat in die tijd zeer uniek was. Er volgden nog twintig voorstellingen en op 5 januari 1771 schreef vader Mozart: “De opera wordt de hemel in geprezen!” Met deze vroege opera onderscheidde Mozart zich al van zijn oudere collega-componisten door zijn technische vaardigheid, zijn rijke orkestratie en doordat hij erin slaagde een eigen karakter aan zijn muziek te verlenen ondanks de rigide regels van de Italiaanse opera seria, waar hij pas later in zijn carrière afstand van zou nemen. Hij begreep perfect de emotionele spanningen die de personages beleefden en wist deze heel goed met zijn muziek te ondersteunen. Dit dramatische talent blijkt bijvoorbeeld heel mooi uit de aria’s Lungi datte en Son reo. Als wonderkind reisde Mozart al heel vroeg met zijn vader door Europa en kon hij zich waarschijnlijk heel goed inleven in een generatieconflict tussen vader en zonen. Het is opvallend hoe sterk hij in zijn muziek vooral de emoties van Mitridate accentueert. Voelde hij een extra band met deze dictator én vaderfiguur, die zelf ook al op 12-jarige leeftijd de troon bestegen had?

De regie van Robert Carsen
Ook voor Robert Carsen, de Canadese regisseur van de opvoering van Mitridate, re di Ponte in de Muntschouwburg, staan de emoties centraal. Net zoals Mozart met zijn muziek de nadruk legt op het persoonlijk drama dat het personage Mitridate beleeft, wil Carsen ons met zijn regie de duistere kant van de werkelijkheid laten zien. Hij slaagt daar volgens mij inderdaad in, dankzij de schoonheid die hij op het toneel tot stand brengt: esthetiek als middel tot ethische reflectie. De toeschouwer heeft er geen moeite mee om geboeid te blijven kijken naar de mooie handelingen op het podium - een schoonheid, die dan ook nog wordt versterkt door de prachtige muziek van Mozart. Het verontrustende zit hem in de details: enerzijds de dramatische accenten die Mozart met zijn muziek weet aan te brengen, anderzijds de onrustwekkende details die Carsen in zijn regie toont én uitvergroot. Terwijl personages schijnbaar rustig hun lange aria’s zingen, laat de regisseur dankzij doeltreffende belichtingstechnieken kleine handgebaren van de zangers als enorme schaduwen op de wanden zien. De decors zijn in functie van deze effecten opgebouwd: vaak niet meer dan grote lege ruimten, waardoor de toeschouwer zijn aandacht blijft houden bij de schoonheid van de muziek én bij de dramatiek van het gebeuren. Men verwijt Carsen wel eens zijn “esthetisme”. De schoonheid van zijn voorstellingen zou het publiek te makkelijk de mogelijkheid bieden weg te dromen van het dramatische verhaal. Het lijkt me dat deze kritiek onterecht is: Carsen gebruikt de schoonheid van zijn beelden juist om een bepaalde schrijnende realiteit te benadrukken. Hij wil schokken, door schoonheid.
Dat Carsen daar wel degelijk in geslaagd is, bleek ook uit de reacties van het publiek. De toeschouwers leken naarmate de voorstelling vorderde steeds meer te participeren in het gebeuren. Er was geen sprake van het gaandeweg verflauwen van de aandacht, ondanks de voorspelbare structuur eigen aan een 18de eeuwse opera seria. Open doekjes waren er vooral voor de Amerikaanse tenor Bruce Ford (Mitridate) en de Griekse sopraan Myrto Papatanasiu die op fabelachtige wijze de rol van Sifare zong. Voor Mark Wigglesworth kan dit eerste optreden als huisdirigent aan de Munt geslaagd worden genoemd, al zal het nog wel even duren vooraleer het Brusselse publiek zijn geliefde voorganger Kazushi Ono vergeten zal zijn.
Mitridate, re di Ponte
Opera in drie bedrijven Componist: Wolfgang Amadeus Mozart (1770) Librettist: Vittorio Amedeo Cigna-Santi (1765)
Muntschouwburg, Brussel 18 oktober 2007
Muzikale leiding: Mark Wigglesworth Regie: Robert Carsen
Mitrodate: Bruce Ford Aspasia: Mary Dunleavy Sifare: Myrto Papatanasiu Farnace: Bejun Mehta Ismene: Veronica Gangemi Marzio: Maxim Mironov Arbate: Jeffrey Francis
Jean-Pierre Van der Planken is actief in de Vlaamse uitgeverssector. Sedert 2002 studeert hij in zijn vrije tijd Algemene Cultuurwetenschappen. Zijn interesse gaat specifiek uit naar de 19de eeuwse cultuurgeschiedenis van Antwerpen.

