Nomaden in Utrecht
Door Ans van den Berg-van der Hout
Nomaden in Kunst, tentoonstelling in het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst (AAMU) te Utrecht. Belgische avant-garde kunst in contrast met hedendaagse Aboriginalkunst.
Nomade
Het zal een ieder die met enige regelmaat het centrum van ons land aandoet niet ontgaan zijn; het hart van Utrecht centrum ligt op de schop. Het beroemde winkelhart van Nederland, opgeleverd in de jaren ’70, moet eraan geloven.
Het huidige winkelgebied met onder meer het Muziekcentrum van Utrecht, een creatie van architect Herman Hertzberger uit 1979, wordt als niet meer van deze tijd gezien. En daarbij blijft het niet. Zo gaan twee grachten, die enkele decennia geleden werden dichtgegooid, weer open. Ook dit zal weer voor de nodige verkeersproblemen zorgen in de binnenstad. Heel wat Utrechtenaren zullen zich als moderne nomaden in hun eigen stad voelen tijdens deze gigantische bouwoperatie. Om van de vele daklozen die de stad rijk is nog maar te zwijgen.
Nomaden In Kunst
Maar het woord nomade kan ook een positieve betekenis hebben. Zo opende het Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst te Utrecht (AAMU) op 17 april j.l de tentoonstelling Nomaden In Kunst. De tentoonstelling laat een bijzondere combinatie van Belgische en Australische kunst zien. Deze tentoonstelling spiegelt woestijnschilderijen van vier Aboriginal –kunstenaars aan het werk van de vermaarde Belgische avant-garde kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976). Deze dichter-kunstenaar was een veelzijdig mens. Behalve in teksten drukte hij zich ook uit in film, fotografie en beeldhouwwerk. Ook maakte hij schilderijen en tekeningen. Hij stelde de rol van musea ter discussie en zette vraagtekens bij de waarde en vergankelijkheid van het kunstwerk. Tevens nam hij de kunstwereld op de hak; hij hekelde het auteurschap en de persoonsverheerlijking die daarmee vaak gepaard gaat.
Aboriginal kunst
Voor de Aboriginal kunstenaars is de voortdurende verandering en vergankelijkheid van omgeving een thema, dat telkens terugkeert in hun werk. Dorothy Napangardi (ca. 1950), Kathleen Petyarre (ca. 1940), Lilly Kelly Napangardi (1948) en Jackie Kurltjunyintja Giles (ca. 1943) maken met hun woestijnschilderijen geen landschappen in de gangbare betekenis van het woord, maar hun schilderijen zijn eerder visuele gedichten. Hier wordt een overeenkomst met de Belg Broodthaers en de verbanden die deze dichter legde tussen taal en teken, zichtbaar.
Verbinding
De Australische werken zijn niet alleen krachtige, maar ook ontroerende schilderijen, die een blik werpen op een voor ons volkomen vreemde wereld. Het geeft je een nieuwe blik op kunst. Ook daarmee sluiten de schilderijen aan bij de kunst van Broodthaers. De bijzondere cultuur van de kunstwereld is de schilders vreemd; en het is de vraag hoe lang dit nog zo mag blijven. De vraag dringt zich op hoe Marcel Broodthaers hiermee zou zijn omgegaan. Dit gezien het feit dat deze kunstenaar voortdurend aanschopte tegen de gang van zaken binnen de kunstwereld.
Verrassend
De website van het AAMU leert ons dat kunstwerken van Aboriginals niet altijd uniek of individueel zijn. Integendeel, ze worden vaak voor de verkoop geschilderd. Ook het AAMU stelt zich daarom de vraag: is het kunst of etnografie, authentiek of commercieel? Het is een vraag die niet zomaar te beantwoorden is, en vermoedelijk zou ook Broodthaers ermee geworsteld hebben.
Zeker is dat Aboriginal kunstenaars een eigen heldere kijk op hun wereld hebben; ze hanteren een eigen visuele taal. Inmiddels maken ze ook gebruik van ons wereldwijde systeem van kunstpresentatie en -promotie, zo stelt het museum op haar website. Maar dat staat dan wel haaks op het gedachtegoed van de tegendraadse Broodthaers. Mede daarom is de combinatie van deze Belgische avant-garde kunst en de Australische Aboriginalkunst verrassend te noemen.
Zelfde Grond
De huidige tentoonstelling, Nomaden In Kunst, doet mij ook denken aan Zelfde Grond, destijds een onderdeel van Grootmeesters, een tentoonstelling in het AAMU die liep van september 2006 – maart 2007. Het was een uitwisselingstentoonstelling van het Utrechtse museum met het Belgische Felix de Boeck museum (MuFDB). De schilder Felix de Boeck wordt gezien als de grondlegger van de Belgische abstracte schilderkunst. Destijds was de verbinding met de aarde en de sterke religieuze verbondenheid van De Boeck ook te ervaren in de werken van de Aboriginals in de tentoonstelling Grootmeesters. De lijn liep in dit verband van traditionele naar hedendaagse kunst.
De traditionele schilder- en tekentechniek van de Aboriginals, zoals DotpaintingSchilderen met stippen, een oeroude techniek van de Aboriginals. Niet te verwarren met Pointillisme. Dot –paiting wordt uitgelegd in een doorlopende film in het AAMU, zie noot 2 , het schilderen in stippen, vertelde haar eigen verhaal. Vroeger werkte men op bomen, rotsen, personen en in het zand. Inmiddels is dat acryl op doek geworden. De verhalen gaan over mythologische tijden zoals de DroomtijdMeer over de Droomtijd in het AAMU, hier wordt een doorlopende film vertoond over de Aboriginals en hun kunst. Daarbij komt de Droomtijd uitgebreid aan de orde. en er wordt gewerkt met een eigen symbooltaal. Overigens, voor wie geïnteresseerd is in de Aboriginal kunst en cultuur: Peter Prevos heeft hierover in nummer 1 (september 2007) van dit E-zine een uitgebreid en interessant artikel geschreven onder de titel Larapinta Dreaming: Kunst van de Australische woestijnvolken.
Beleving
Maar ik merk bij mezelf een verschil in beleving van de beide tentoonstellingen. Waar ik bij de tentoongestelde werken in Grootmeesters / Zelfde Grond eigenlijk alleen de werken van De Boeck kon waarderen, slaat de wijzer voor mij nu uit naar de andere kant. In de huidige tentoonstelling Nomaden In Kunst voel ik mij beduidend meer geraakt door de Aboriginal kunst. Hoe goed de filosofische basis van Broodthaers ook is, hoezeer ik zijn woorden ook kan begrijpen, het blijven voor mij slechts woorden; zijn werk kan mij niet echt beroeren. Echter, het werk van Kathleen Peyarre, bijvoorbeeld Mountain Devil Lizard Dreaming (After Sandstorm) uit 1996 en Sandhills after rain uit 2003 van Lilly Napangardi raakt mij des te meer. Op deze manier vind ik het geen probleem om me soms even een nomade in Utrecht te voelen.
Tentoonstelling Nomaden in Kunst, Museum voor hedendaagse Aboriginal kunst (AAMU) Utrecht. Marcel Broodthaers in contrast met Dorothy Napangardi, Kathleen Petyarre, Lilly Kelly Napangardi en Jackie Kurltjunyintja Giles
17 april t/m 5 oktober 2008
Ans van den Berg–van der Hout is MA Algemene Cultuurwetenschappen. Ze rondde haar studie af met een onderzoek naar de invloed van de Vrouwenadviescommissie (VAC) op het Utrechtse volkshuisvestingsbeleid van 1952–2000. Na haar studie was zij van 2001 tot 2003 werkzaam als AIO (Assistent in Opleiding) bij de Universiteit Twente, faculteit Filosofie, Wetenschap en Techniek. Haar onderzoeksopdracht was: Diversiteit in Domesticatie van Digitale Diensten. Dit promotieonderzoek betrof diversiteit in gebruik van computers in thuissituaties.

