Recensie Steinlen, meester van Montmartre, tentoonstelling in de Kunsthal te Rotterdam

Door Ans van den Berg–van der Hout

Steinlen, de Meester van Montmartre: meer dan een kattenschilder
In de Rotterdamse Kunsthal wedijveren dit najaar twee bijzondere tentoonstellingen met elkaar om de gunst van de museumbezoeker. De eerste aandachttrekker is Alles Beweegt van Jean Tingluey. Met zijn bewegende kunstwerken weet hij een breed publiek te boeien. Er zijn diverse kunstwerken te zien, van enorme bouwsels tot kleine bewegende werken die om interactie met het publiek vragen. Het is duidelijk, op deze tentoonstelling valt veel te beleven.

Maar de kattenliefhebber loopt, eenmaal binnen in het museum, meteen linksaf, naar de benedenverdieping. Daar huist een tweede bijzondere tentoonstelling, namelijk Steinlen, Meester van Montmartre. De kunstenaar Théophile-Alexandre Steinlen(1859-1923), die hier centraal gesteld wordt, was schilder, lithograaf en illustrator. Hij vereeuwigde talloze katten en wordt dan ook gezien als de kattenschilder bij uitstek. Zijn geelrode lithografie met de grote zwarte kat op de voorgrond overvalt je bijna als je de tentoonstelling betreedt. Maar de enorme afbeelding zorgt ook voor een feest der herkenning. De grote kattenogen kijken je indringend en brutaal aan, zijn zwarte snorharen schieten als pijlen de lucht in en zijn oren staan zijwaarts, bijna horizontaal gericht. Ze geven aan dat met hem niet te spotten valt. Het is een geagiteerd beest, met zijn kop in een aureool, waarin de tekst staat: Montjoye Montmartre: Montmartre is mijn vreugde. Het is een reclameplaat voor de ‘Tournée du Chat Noir avec Rodolphe Salis’. Het formaat, aangepast aan de straat, deed zijn werk en de zwarte kater werd hét symbool van Montmartre, niet alleen in Parijs, maar uiteindelijk in heel Frankrijk.

La Tournée du chat Noir

De Chat Noir
Steinlen’s pittige kat weerspiegelt heel goed de onafhankelijke, rebelse cultuur van het laat-negentiende eeuwse Montmartre. In De Chat Noir heerste echter geen anarchisme, wel eigenheid en zelfbewustheid. Daar ontstond een nieuwe muzikale uitingsvorm, het Franse chanson. Het Cabaret du Chat Noir opende in december 1881 haar deuren aan de Rue Rochechouart nr. 84, in het centrum van Montmartre. Er traden vele controversiële en modernistische artiesten op, zoals Claude Debussy en Erik Satie.

Kort na de opening verscheen het eerste nummer van het weekblad Le Chat Noir, dat al snel bekend werd in de wijde omgeving. Dat had veel te maken met de perfectionering die het tijdschrift kenmerkte en de nieuwe technieken die inmiddels werden gebruikt, zoals de linosnede en de rotatiepers. Het blad werd uitgegeven tussen 1882 en 1895, overigens de laatste jaren zonder Steinlen. Hij verliet Le Chat Noir in 1891.

Het initiatief van zowel cabaret als weekblad lag bij Rodolphe Salis. Hij was een vriend en landgenoot van Steinlen; beiden kwamen oorspronkelijk uit Lausanne, Zwitserland. De laatste werkte in Montmartre samen met Rotterdamse kunstenaars als George Hendrik Breitner en Kees van Dongen. Zij waren, evenals Steinlen, schilders van het volk. Ook werkte de lithograaf en illustrator Steinlen samen met M. J. Brusse, een Rotterdams schrijver–journalist. De lithografie was een nieuwe techniek waarmee een groot publiek bereikt kon worden. Nieuwe horizonten doemden op; nieuwe wegen werden verkend. Zo werd het bijvoorbeeld mogelijk om reclame op afficheformaat te maken, denk maar aan de beroemde ‘Lait pur stérilisé de la Vingeanne’ (Zuivere, gesteriliseerde melk uit de Vingeanne) uit 1894, die eveneens op de tentoonstelling te bewonderen is. Hier geniet een klein meisje van haar melk, terwijl een aantal bedelende katten haar omringen.

Verzot op katten
Steinlen was kennelijk verzot op katten, volgens sommigen tot wanhoop van zijn vrouw, want hun huis herbergde tientallen exemplaren. De woning werd in de loop der jaren niet voor niets ‘Cats Cottage’ genoemd. Het meest bekend is de kunstenaar dan ook geworden met de verbeelding van deze dieren, die hij in allerlei gedaanten weergegeven heeft. Het is duidelijk dat hij de katten goed heeft waargenomen, want ze zijn heel levensecht uitgebeeld. Zo zien we een speelse kat in een strip. Het beest kan een breiwerk, dat op tafel ligt, niet met rust laten. Het ontaardt in een gevecht met de wol en het einde laat zich raden: uiteindelijk is de hele kat erin verdwenen. Daarbij heeft Steinlen de kat tijdens de verschillende fasen van het spel zo goed gekarakteriseerd, dat je bij het bekijken ervan onwillekeurig in de lach schiet.

Het Kattenkabinet te Amsterdam had in 1995 al een tentoonstelling met de katten van Steinlen. Daarbij was ook het monumentale werk ‘L Apothéose des chats à Montmartre‘ ( 1905) te zien. Het maakt ook nu weer deel uit van de tentoonstelling in de Kunsthal. Voor dit grote werk schilderde Steinlen de talloze katten die zich op de daken van Montmartre bevonden. Hun blik is gericht op die ene kat, die op een verhoging zit, volledig in het licht van de volle maan, die als een aureool achter hem schijnt en hem in volle gloed zet. Het is een verwijzing naar een evergreen over een kat die door Bruant zo mooi werd vertolkt: ‘Au cherche Fortune, au tour du Chat Noir, au clair de la lune, Montmartre le soir’ Steinlen liet hier de echte kat zien, de kat in de nacht, die bij volle maan zijn oorspronkelijke ongetemde natuur zou tentoonspreiden. De ‘L Apothéose des chats à Montmartre‘ is een fascinerend schilderij, dat mogelijk in 1981 nog de finale van wereldberoemde musical Cats heeft beïnvloed. Voor de echte kattenliefhebber zal dit schilderij een van de topstukken van de collectie zijn.

L’ Apothéose des chats

Meer dan een kattenschilder
Maar de kracht van deze tentoonstelling schuilt naar mijn mening niet alleen in zijn katten, hoe ontroerend en treffend ook, maar juist in het feit dat het zo mooi laat zien dat Steinlen meer was dan een kattenschilder alleen. De Zwitserse kunstenaar hield niet alleen van katten, hij was ook duidelijk geïnteresseerd in mensen. Hij was humanist en las het werk van Emile Zola. Zijn werk laat een gehechtheid aan humanitaire waarden zien, een zoektocht naar vrede, vrijheid en gelijkheid, en verraadt een grote compassie met zijn onderwerp. Hij zag de angst en het leed in de ogen van de lijdende mens en verbeeldde dit in zijn werk. In een oorlogssituatie koos hij niet voor een partij. Hij nam het lijden aan beide zijden waar en beeldde het uit, als aanklacht. Hij zag alleen slachtoffers, aan beide kanten van de strijd. De oorlog, die Steinlen verbeeldt, is niet heroïsch. Bij hem komen alle facetten aan bod: het afscheid van soldaten, het leed van de vluchtelingen, de gewonden, de doden en de rouwende weduwen. Als contrast met de mythe van de heldhaftige soldaat zien we de soldaten vluchten, in totale ontreddering. Steinlen nam waar en zette neer, dit alles in volledig respect voor de medemens.

Les Internés

Maar al was Steinlen een sociaal bewogen schilder, toch is het ook niet enkel zijn engagement en humanisme, dat hem tot een boeiend kunstenaar maakt. Er is meer. Hij arriveerde in Parijs in 1881 in een bijzonder enerverende periode, niet alleen in politiek opzicht. Er kwamen nieuwe uitingsmogelijkheden in de kunst. Zo werden nieuwe druktechieken beproefd en ontstond daardoor een explosie aan drukwerk, waarin een prominente rol voor de illustratie was weggelegd. 1881 is tevens het jaar van de persvrijheid in Frankrijk en door een snelle alfabetisering werd dit proces nog verder ondersteund. Steinlen was niet alleen een geëngageerd kunstenaar en illustrator, maar werd ook deelnemer aan en stimulator van een massacultuur. Zijn illustraties passen daar naadloos in, als kunst die overal vertoond kon worden; zowel als reclameaffiche op straat, als illustratie in kranten en tijdschriften, muziekboeken, tentoonstellingen et cetera. Gedurende de periode van 1883 tot 1911 verscheen Steinlen’s werk in zo’n 55 verschillende periodieken. Hij was dan ook een razend populaire kunstenaar, bekend in heel Frankrijk en zelfs daarbuiten en hij heeft zodoende veel invloed uitgeoefend op de jonge kunstenaarsgarde.

Montmartre zorgde, met zijn Cabaret du Chat Noir, voor een politieke cultuur waarin Steinlen kon gedijen. Le Chat Noir was het podium waar politieke debatten gevoerd werden die socialistisch en anarchistisch waren gekleurd. Zo wezen kunstenaars op de rampzalige gevolgen van de industriële revolutie voor de arbeiders. Daarbij werden ook de poëzie en het chanson gebruikt als nieuw voertuig tot educatie en ondersteuning van het gewone werkvolk dat zich gemangeld voelde door de almaar voortgaande economische ontwikkelingen. Maar ze verheerlijkten het landleven niet. De ellende op het platteland, de dampende schoorstenen van de fabrieken die de horizon vervuilden, het mocht – en wellicht moest – gezien worden.

Steinlen en de straat
Steinlen was de kunstenaar van de straat. Hij vereeuwigde echter niet alleen de ateliermeisjes, straatventers, wasvrouwen, arbeiders, brooddraagsters en schoolkinderen, maar had ook oog voor het alcoholisme en de prostitutie die welig tierden in Montmartre. Hij legde het vast als in een momentopname. Maar Steinlen liet ook de andere kant van Montmartre zien; het uitgaansleven van de elite, het cabaret en het nachtleven in de vele Cabarets. Daar ontstond een artistieke beweging die zowel de visuele kunsten als de muziek, het chanson omvatte, een veelzijdigheid die Steinlen na aan het hart lag. Daarbij stond hij geen ‘Salon de Montmartre’ voor, integendeel, Steinlen was wars van kliekvorming en elitair gedoe.

Veelzijdigheid
De Rotterdamse tentoonstelling van Steinlen’s werk is sterk door de veelzijdigheid ervan, want ook minder bekende werken uit de privésfeer worden getoond. Zo zien we een serie naakten, waaronder één van zijn zwarte vrouw Massaïda. Een ander thema van de kunstenaar was de liefde, met als ultieme uiting de kus, die hij verscheidene malen heeft uitgebeeld. Het zijn beelden van een verstilde, intense beleving, waarbij opvalt dat met name de vrouw dit liefdesgebaar wat passief ondergaat. Deze werken vormen een contrast met de dynamische werken van het drukke leven in de grote stad.

L’ Etreinte

Voor deze tentoonstelling zijn zelden getoonde werken uit privéverzamelingen en verschillende bruiklenen uit Musée d’Orsay in Parijs en het Musée de Petit Palais te Genève bij elkaar gebracht. Daaronder vallen niet alleen veel illustraties, litho’s en schilderijen, maar ook enkele bronzen kattenbeeldjes die ook overduidelijk een Steinlen handtekening dragen.

De Kunsthal laat verschillende kanten van deze kunstenaar zien. Het wordt duidelijk: Steinlen was een veelzijdig, non-conformistisch, maar vooral ook bewogen mens. Voor wie aan het einde van de tentoonstelling nog energie over mocht hebben, is boven nog Tingluey’s bewegende kunst te bewonderen. Zo bezien vullen de beide tentoonstellingen elkaar, op een abstract niveau gezien althans, wellicht toch nog aan.

Voor deze twee tentoonstellingen samen kun je rustig een dag uittrekken. Gelukkig heeft de Kunsthal ook nog een restaurant …..

Kunsthal Rotterdam,
Steinlen, Meester van Montmartre, 22 september 2007 – 20 januari 2008
Jean Tinluey, Alles beweegt!, 10 oktober 2007 – 27 januari 2008

Bronnen:
Vitrine, jaargang 8, nr. 7, (1995), p. 24-26.
Catalogus Kunsthal Steinlen, Meester van Montmartre.

Illustraties:
1. La Tournée du Chat Noir, Tournee van de zwarte kat, (1896), litho, 142×100 cm, Het Kattenkabinet, Amsterdam, affiche/druk Charles Verneau, Parijs.
2. L’Apothéose des chats à Montmartre, Apotheose van de katten, ( 1905), Olieverf op doek, 164,5 x 300 cm. Musée de Petit Palais, Genève.
3. Les Internés, De gevangenen, (1915), 437/550, 59×74cm, Musée de Petit Palais, Genève.
4. L’Entreinte, De omhelzing, (1902), pastelkrijt, 181×110 cm, Musée de Petit Palais, Genève.

Link: naar Kunsthal
www.kunsthal.nl

Bookmark and Share

Ans van den Berg–van der Hout is MA Algemene Cultuurwetenschappen. Ze rondde haar studie af met een onderzoek naar de invloed van de Vrouwenadviescommissie (VAC) op het Utrechtse volkshuisvestingsbeleid van 1952–2000. Na haar studie was zij van 2001 tot 2003 werkzaam als AIO (Assistent in Opleiding) bij de Universiteit Twente, faculteit Filosofie, Wetenschap en Techniek. Haar onderzoeksopdracht was: Diversiteit in Domesticatie van Digitale Diensten. Dit promotieonderzoek betrof diversiteit in gebruik van computers in thuissituaties.

  

Er zijn nog geen reacties

Hier graag uw bericht




?
? ?
?

Powered by TalkBack